Kleine Zielen | Louis Couperus | Literary Fiction | Audiobook full unabridged | Dutch | 4/6



hoofdstuk iii van deel twee van de kleine zielen deze librivox opname boven tot publieke domein opname door allah simon de kleine zinnen de louis couperus deel 2 hoofdstuk 3 constans stelde het zich tot een plicht in de bruiloft dagen van floortje veel te komen bij haar af in ze dit buitengewoon hartelijk gezond een hele mooie bloemenmand op de dacht er aantekening ga van heel mooi cadeau kostbaarder dan ze een manier had gegeven en ze stelde veel belangen diner en de partij die aan de witte brug zou gegeven worden ze keek aandachtig in de open kasten naar de stapels van floortjes uitzet zie is die hem de die tafel eines en servetten dat is van een kwaliteit de gaat niets boven voel dat toch maar eens vol en toch eens try the fly' meldingen van emily en zo worden aandachtig naar de eindeloze periode van zelfverheerlijking ze putten zich uit in bewondering ze wilden volstrekt adolf in strelen en een lieve indruk op haar zuster maken omdat ze zich nu als mijn plicht had gesteld aan of in te winnen slikte ze en die dagen de kritiek die nooit uitbleef ligt de pijnen van hartelijkheid zo tussen de apotheose van zelfverheerlijking door dat zie je bleek heb hier weer zo gepoederd of bij je niet wel hoe jammer dat je jongen toch zo'n oude heer is constant slecht constant je schoonouders zijn niet erg toe geschiedt druk geweest wel constans die ringen van je zijn die echt in acht huis dat die ene steen glas was geslikt dit alles ontving de hatelijkheid met een zachte glimlach een enkel woord van bijna geen van de republiek ja maar die is wel wat eigenlijk haha dat is ik zo moeilijk voor paar mama van der welke hebt gelijk die steen is soms wat tof ze slikt het ontving het alles met zoveel zachtheid en zo veel toegeeflijkheid dat al die als hij wel eens pijn was verwonderd naar zijn moeder op zag haar zoon ik kende uitvaren om het minste tegen papa het tegen hem zelf altijd toen de als het bedorven moedertje dat gestreeld en gecoacht waar jonge wil worden en er was in het kind in zijn kleine heldere ernstige ziel uit een stuk iets als en verwondering voor de raadsel van vrouw is heel zijner moeder iets dat een vaag al die denken van vrouwen zijn ze al al zo zo raar hoe is het alleen mama en waarom is er zo verdraagzaam tegenover tante adolf zien als er van papa niet het minste verdagen kan dat maakte hem dan tegen zijn moeder nog meer als een kleine man dat iets beschermend en op haar neer ziens om zo zwak en zo veilig was en nerveus maar ook met heel veel liefhebbend omdat die vreemde vrouwelijkheid bekoring voor zijn kleine mannen ziel had en zij wist in deze stelselmatig aangenomen verdraagzaamheid tevens te doen wat zijn vooruit had bedacht adolf in nu en dan in zijn raad een aanwijzing te geven maar wat haar fijnere smaak haar voorzijde van meestal geen genade bij er of in die zowel zuinig wilde zijn als degelijk hollands en tegelijkertijd perfect maken een drietal eisen die zij stelden zich en de haren en de aanstaande bruiloft van floortje maar dit gevolg dat er vreemd de combinaties ontstonden en dat ze met de aanstaande bruid vooral de gehele dag overhoop lag want floortje een geheel niet degelijk maar zeer op perfect gesteld had van haar moeder vooral de zuinigheid die bij de dochter voor haar eigen geld dadelijk gierigheid werd zodat het gewenste effect meestal bereikt werd door aanstellerige en prutsen ge goedkoopte die adolf in dan wie niet degelijk vond hallo fien echter op een dag weer aantekening uit grote familie 10e aan de witte brug gevolgd door zware voor alle vrienden en kennissen verliefd zich hoog en zelfverheerlijking tegen al bruin vandaag tegen elkaar aan en cato tegen constant tegen het en adelien stopte ze dat waren mooie zaden de zalen van de witte brug die waren veel mooier dan die van de doelen dat was een prachtig diner geweest dat diner dat zij had gegeven het kost er ook duur en ze zeiden hoeveel maar voegt er een paar honderd gulden naartoe en herinnerde ze zich nog wel dat onmogelijke diner van per te toen emily trouwde met die rare korstjes die ze toe gekregen hadden dat prachtige dus er die mooie aardbeien die zat gegeven en zo veel en dat ik deze tijd wat kost er dan ook naar en wat waren ze aan tafel alle vrolijk geweest haar familie alsof die zelfde familie niet ook de familie van bertha was en haren kennissen zo geheel verschillend van die pretentieuze kliek van bad te laten de speechen in de gesprekken geheerst zo een vrolijk en losse toon en herinnerde geert zich nog wel die doodse stilte aan tafel met dat idee van in we liedje zulke aardige mensen de ouders van dyckerhoff aanstaande schoonouders van haar kind en wat zag floortje goed uit niet waar en de andere meisjes hadden ook liever je bonnetjes ze stopte zo op alles op ieder detail dat nog om nog gerrit een ogenblik gelegenheid hadden hun waardering te zeggen hun bewondering meerdere uit alleen toen zijn verder was gegaan links en rechts bij de kennissen pogend dat zeg je van mijn diner wat zeg je van mijn partij nu wat zeg je van mijn je pom zei om ruig en daar hou je je zou zeggen dat adolf in zelf de witte brug heeft gebouwd ik vind kern de cato dat adolf in dat nu niet alles zelf moest zeggen vind jij ook niet gerrit wel zouden geld het is een heerlijk gevoel zo tevreden te zijn over je eigen aan je eigen kinderen en je eigen diner maar als jij dat vindt kato waarom heb je dan geen compliment gemaakt omdat ik vind sur le gateau en ze zullen het beslist dat die japan adolf in nu helemaal niet ene kant staat wat vind jij adelien ach ze adelie moedig constans jij hebt zo'n elegante smaak zich nu eens vind jij ja pond elegant ik vind dat adolphina vanavond uitstekend uit ziet zijn constans nerveus zeg zusje dat kan je niet menen zeggen het en dan vind jij het niet gered dan is het nog niet aardig om door van je zus te verspreken neem nu een beetje kritiek ja maar altijd kritiek uit te oefenen op elkaar vind ik hatelijk veel constans uit mijn moeten toch van het hart dat ik het dan rommel partij vindt zij om raven naar hoe zij de rol die mensen geen aanvoert voornaam doen de minachtend zeg tot die amuseer je in aqua dome zij tutti voorbijgaan aan de arm van haar cavalier de meisje schrijven naar al waren ze ook niet jong meer amuseerde zich getal als altijd of het was bij berthe of bij ado 4 goede vriendelijk eenvoudig rond geweldig indisch hielden ze ervan te dansen amuseren zich altijd dol en dat je wat zeg je van mijn partij oa doof en zo gezellig jouw partij ik amuseer me doel en ook tot glom van dankbaarheid en transpiratie natanz zijn dat kennissen van de dijken hoofd voegt mama van loon fluisterend alberta doelende op en hier en een dame die zich haar naar hadden laten voorstellen maar we namen zijn niet dat opgevangen wat een vreemde kennis hebben die dijk roos zoek obscure mensen je weet niet wie ze zijn en wat ze zijn heel burgerlijk vind ik aparte koeien jammer toch niet waar kijken of zelve is niet kwaad en als vloertje van hem houdt en dan zal alles wel goed zijn maar eigenlijk moet ik toch bekennen dat hij spijt dat adolf in in die troep is gekomen en die mensen daar per te tikken hier en die lange dame die adolf in zo intiem begroet zijn dat intieme kennissen wat een vreemde vrienden houtsoorten op na ja dat moet constant sokkel op van die daar nu weer nieuw inkomt in ons huis was een zekere eenheid dan kaoutari zoals nu in jouw huis ook bertha maar het is altijd paar of in zo een rare boel zo een rare boel ik kan het niet anders noemen mijn god wat een hoop rare mensen maar we zeiden paul wat heeft ado 4 nu voor een menagerie verzamelt afval zuchtte de oude mevrouw een beetje nerveus ik zeg juiste gebeurt er maar later een andere niets van merken wat wij vinden zegt mama zeggen heb weet u wie dat daar zijn die gaat vandaag op wist jij ook wie dat daar zijn die dikke hier en die lange dame zeker mama dat zijn bruisend en vrouw hij is directeur van de fonograaf heel achtenswaardige mensen mama arch van nagel geheel in de war ging de oude mevrouw we aan de arm van van nagel verder constans had de kritiek te familie over haar dauphines kennissen opgevangen haar zelve nieuwelingen als hij die was in die haagse maatschappij trof het nu niet zozeer dat in vts van atrofie uit allerlei tips parate elementen bestonden in rome op haar grote recepties wat ze daarbij wel eens this paraat elementen moeten doen en in het buitenland had ze dikwijls ondervonden dat er geestige beschaafde ontwikkelde mensen konden bestaan ook al waren ze niet van haar kothari daarbij vond ze dat op een bruiloft partij haar familie van familie en kennissen van kennissen kwamen bijna niet te vermijden was dat de genodigden soms geheel vreemd voor elkaar waren was niet op dus waar een van bertha hetzelfde geweest bertha had twee soirees gegeven om de elementen te scheiden maar had een familie dat ook al niet veroordeeld werd er dan altijd veroordeeld en gekritiseerd in de familie en voelt de een nooit goed wat de ander deed gerard en paul waren naast daar komen zitten nu en zo worden ze praten door veroordelen kritiseren belachelijk maken die arme moeder is helemaal in de war zeg paul laat jij je presenteren aan die ooms en tantes van dyckerhoff weken laat me nu zijn paul moet knippen en de ogen presenteren aan niemand meer studies wil ik wel maken met enige waarmee je amuseren kan in zo'n target nors als deze soiree voor ado fien die studies te maken we dierlijk in de mens kijkt mevrouw bruijs haar het kaartje eten en dan bij natuurlijk genoegen kijk die oom van duiken of dansen met het niet van van satsuma dus bijna friese maar naar te kijken paul zei constans ik heb je wel eens geestige gehoord maar lieve zuster ik word hier stomp en lijnen en kleuren en friemelen hier zo lelijk voor mijn ogen dat ik huis fysiek pijn lijdt oh god de gratie in ons moderne leven en de gratie van zware van adolf in waar is ze waar is ze deze we ze is weg declameerde gerrit luidruchtig de gratie waardoor fien heeft weg ik vind jullie beiden alleraardigst veel constans nerveus in zeg maar in zwaarder broers is de ironie gewoonlijk in onze familie beheersen naar toon waarmee de een de ander veroordeeld is dat de gewoonte geworden dat broers en zusters en zelfs mama ook al op haar kinderen zo hakken en fit en als ik hier vanavond wordt doen kritiseert ieder van ons een ander en is het al zo een kruis vuur van kritiek onder elkaar op dus waar ivan berthe heb ik het ook al zo hier en daar gehoord maar is er dan vanavond waarlijk niets goeds hier ik moet eerlijk bekennen ik vind jullie klein klein steeds eng om blik vol kothari geest zelfs jou paul met al je filosofie die reageert met bang je te en carrière door de beleefdheid te hebben dit te laten presenteren aan het ooms en tantes van dyckerhoff die je van je lever misschien geen driemaal weer zal zien en jij paul waarom ben je zo nodig niet kritiek tegen een wildvreemde die een taartje niet precies eten zoals je heeft fatsoenlijk vind ik vind om rai van haar belachelijk die zelf niet bijzonder gedistingeerd wit op de distinctie van van saatse maas kennissen ik vind cato belachelijk die hoe solide ook niet elegant kritiseert aravind elegance lieve zachte zou paul geaffecteerd en nam constance zand vieren edele strijdster hier bent vormen een openbaring wat een ruime principes verkondig je en voor wat ik verdraagzaamheid geef je bleek het is ontzettend alleen de kritiek die je kritiseerde lieve zachte edele werd ons niet gespaard sla ik kritiseerde even maar jullie kritiseren eindeloos door nee we zijn maar heel kleine mensjes en te kritiseren vinden wel lollig zijn gerrit ik ben als jullie een heel klein mens ik heb nooit grote mensen ontmoet in onze korte riem zij constant met de sneeuw wat zijn onze corea anders dan klein mooi zo zei paul dat heb je voor mij maar ga voor hem in de discipel ik ben bang zij constans ernstig jullie denken dat ik me maar wat op vindt maar ik ben bang ik ben eenvoudig bang ik hoor herrenberg uit de mond van de familie veel veel kritiek over een japon en sverige een paar wildvreemde mensen die bij toeval kennissen zijn van mijn zuster dat ik bang word voor de kritiek uit de mond van een familie waar het mezelf agaat mijzelf op wie zo veel te kritiseren is conciërge zijn gered goedmoedig onrustig nerveus trekkende zijn lange benen maakt niet ronduit praten met mijn broers voor constant ben ik gekomen na jaren en den haag waar jullie alle terug om altijd te doen of er niets is gebeurd dat mij heeft gescheiden van jullie allen die mijn lief zijn tedere zei paul hoor nu eens zouden wijsheid van je jongere broeder je bent bang voor kritiek omdat je vreest dat waar zoveel kritiek wordt uitgeoefend in zorg brandpunt van kritiek als onze familie ook geen streng worden gespaard zal blijven aan jezelf maar laat mij je nu zeggen dat je de mensheid die van de kleine mensen niet kent de kleine mensen moet realiseren omdat het lollig vinden als gerard zegt een japon en is waar ie maar ze kritiseren nooit het leven daar zijn ze de bank toe voor eerst de kleine mensen interesseren zich alleen in wat niet ernstig is en eigenlijk niet de moeite waard ik geloof je niet zij constant dat is een aardige frase paul mini ik wordt achterdochtig als ik zoveel roer kritiseren zelfs door mama opa deauville denk ik wat zal mijn moeder wat zullen mijn broers en zusters wilde zeggen een robot mij haag misschien kan het niet anders is alles onoprecht in onze kaoutari maar niet in onze familie zij gerrit je zegt dat gert wordt een lieve klank eastham de ripmeester van de usare met een liever klanken zijn stem zei paul flauw en jonge wees nu eens even ernstig ik ben bang en bang huis ik ben er nerveus van misschien heb ik verkeerd gedaan had ik maar niet moeten komen hier in den haag terug bij jullie alle vallen dat broers en zusters je zo tegen zijn gerrit ik beklaag me niet ik beklaag nu eurofiel ik vind jullie niet zacht voor watjes maakt niet sympathiek is dat is het enige ik beklaag mij niet jullie alle kunnen we lief ontvangen alleen ik ben bang ik ben bang ik ben bang zeg me een groot familiegevoel en warmte voor elkaar kan dat waarlijk zijn als het daagse kritiek zo onverbiddelijk is de daagse kritiek in de familie de titel vul een ac paul wist nu ernstig beste connie je weet dat ik niet kan ik kan helaas alleen ernstig zijn als ik zelf aan het woord bent voor een hele lange tijd nu dan geef ik je het woord dat is edelmoedig maar kon niet er is dit en vrede werd er maatschappelijk leven dat ouders veel mijn kinderen geven maar kinderen al minder om ouders dat tussen broers en zusters de familiebanden noch los er zijn banden dieter en even en ooms en tantes en nichten al langzamerhand geheel zijn ontknoopt familieleven bestond misschien ten tijde van de oude patriarchen die met zonen en dochteren en kunnen trokken door de woestijn staat niet meer in onze moderne leven bij gerrit al heeft hij geen kunnen bestaat er misschien nog iets van 100 de kindertjes daar heel veel en heel klein zijn maar zijn de kindertjes wat groter dan van lange ze de vleugels uit te slaan en de familiebanden raken los trouwen de kindertjes dan heeft ieder kind zijn eigen familie voor zo lang geduurd zijn eigen belangen en de banden die de patriarchale woestijn familie samen bonnen fladder en luchtig op de wind hoe wil je nu hebben dat kritiek die grootste en goedkoopste lol van de mens ten koste van zijn leven mens zo uit blijven tegen familie als familie eigenlijk synoniem is met vreemde bestaat geen familie meer in de moderne maatschappij iedere zichzelf maar bij naturen zorgt bij mama en bij jou is nog iets liefs atheïstisch over van de patriarchale woestijn familie is een gaarne willen hebben dat de familie was en familie liefde van ouders en kinderen en kinderen en hun ouders van broers en zusters en zelfs van neven en nichten en tantes en ooms mama en eenvoudige natuur heeft haar bevrediging van haar gevoel ingesteld en wekelijkse avond waarop de verwanten van bloed maar niet naar belangen samen komen uit referentie voor een oude vrouw die zijn ging verdriet willen doen en willen laten in haar illusie jij mijn zachte edele het ingewikkelder inborst voelt heftiger een slachting aan het oude patriarchale leven der woestijnen vooral na het verdriet en de eenzaamheid die je in je leven is geweest en je komt in den haag met pastorale ideeën te midden van beschaafde kannibalen die elkaar iedere dag met hele kleine stukjes verscheuren en opeten in een familie kritiek dat je zag de natuur is geschokt wordt kan man niet anders dus we zijn al uw vrienden voor elkaar zeiden constans en een koud gevoel die boven haar en weemoed was in haar opgekomen onder die woorden van paul half blauw half ernst we zijn vreemden voor elkaar dat gevoel dat ik in het buitenland typ en waarin mijn gevoeld heb en dat mijn dreef naar mijn familie en mijn vaderland is atheïstisch en heeft geen reden van bestaan omdat we niet meer leven in een hebreeuws tijdperk dus we zijn vreemden voor elkaar die ter wille van mama elkaar nog begroet en als familie eenmaal in de week op haar zondag ontwaren anders verdriet zou doen en dat ik gevoeld heb voor jullie verlangd heb naar jullie die ik en twintig jaren niet heb gezien doordat ik hier gekomen ben en mijn land terug dat is niet meer geweest dan een illusie een hersenschim haar kony ik ben misschien wreed geweest maar huis je bent zo pastoraal land vaderland kindlief wat een heerlijke woorden wat kun je ons hollands nog goed ik ken die woorden niet meer 6 je lief veel gerrit in koor toch niet naar de jongen die raaskalt hij dineert van alles omdat hij zichzelf en ga je hoort spreken en op hij een pose uur is morgen verdedigt heiland en familie even goed als er vanavond ze beiden afbreekt lezers je er bestaat familie er bestaat vaderland hoort er ritmeester verdediger zijn slans met een lieve klanken zijn stem er bestaat familie niet alleen bij mij omdat mijn kinderen nog jong zijn zoals paul weten analyseren maar overal overal ik voel dat je mijn zuster bent al heb ik je twintig jaren lang niet gezien ik heb je misschien niet dadelijk teruggevonden ik heb je misschien vanavond nog niet terug als ik aan constans denk denk ik aan mijn kleine zusje dat speelde in de rivier te buitenzorg ogen het nu niet over mijn blote voetjes waarschuwde constant maar ik voel dat je geen vreemde bent dat er tussen ons is een band en verwantschap iets mystieks bijna nee maar wat een dichterlijke ritmeester riep al als hij loskomt en land vaderland ging gerrit voort met vuur er bestaat land er bestaat vaderland ik voel dat in me paul vroeg ouders skepticus en wijsgeer ik voel dat in niet dichterlijk en mystiek dan gewoon jongen als het familiegevoel maar eenvoudig als ik voor mijn eskadron heet ik voel het als een groot niet gecompliceerd en primitief gevoel als ik mijn koningin exporteer ik voel dat er voor mij is een land waar ik geboren ben pa ik uit ben gegroeid een lintje brengt de bal om te gira de lintje je man is zo poëtisch je moet hem horen uit londen bridge je kan aan ik voel dat als een ander aan nederland komt aan mijn land daar iets van kritiseert en minder eerbiedig woord zegt over mijn vorstin dat ik hier hier in mijn borst iets voel haar link je hoort er maar je man is geen redenaar hij voelt iets dat hij voelt maar hij voelt leeuwen er het meeste bedachten plank het mystieke gevoel gerryt plagen zien voeg adelien gered haalde de schouders op een beetje boos dan beetje verlegen en hij strekte zijn lange benen ver uit goud zijn constant ik ben blij dat je zo gesproken hebt het is onzinnig plan de grip heeft een neiging niet alleen en paul dat is een pose uur waarin allerlei mensen van onze korter ie constant waar je zo even minachtend over sprak om op holland te schelden om niets holland goed te vinden om onze taal lelijk te vinden om alles op maar frans engels duits is beter te vinden hollands dat zijn je sjieke hollanders constant je haagse hollanders die je ontmoet in de salons van berthe constans als ze een paar maanden zijn geweest in het buitenland zijn ze een taal vergeten maar als sedert 3 jaar aan niet zijn geweest in parijs londen of berlijn hij zijn loeit hun frans engels of duits vergeten dat kennen de zo goed gerrit heb al is alles heel waar wat je zegt maar zegt dat nu eens in mooi holland scherp en zus de ging gaat voort wat hakkelend maar vol vuur daarom vind ik het zo aardig dat jij juist j en vrouwen die jaren in rome heb geleefd juist in die sjieke kosmopolitische wereld waar waren lans liefde verdwijnt jij die twintig jaren uit je lamp het weg geweest dat juist j in je hebt voelen ontwaken bravo hoe riep al zijn woorden komen en gevoel voor je land voor je varen land dat je terug deed verlangen naar holland ik had het nooit zo sterk in je vermoed en daarom zusje zou ik je bijna willen zoenen maar we zijn hier op een partij en dag waarop een partij van rolf in aan alle liedjes jaloers nee charlene goedig nu kan ie daar dan en gerrit zonder een zuster gepost jullie zijn beiden pastorale naturen zijn paul ik kan daar niet bij hij nu kon ie een glas champing op de familieleden en het vaderland zijn gerrit en met constant aan de arm ging hij de zaal door naar het buffet fado lintje zijn van wat heb jij een gekke man maar adolf een zegevierend kwam voorbij slepen naar satijnen sleep die zijn prachtig vond en glanzende van zelfverheerlijking vroeg ze en arleen zeg eens wat zeg je nu wel van mijn partij mooier of zien ze er aleen adolf in zijn paul is waar ie is eenvoudig schitterend veel zwaar is in mijn lever bij gewond zo een partij als vanavond nee en een fijn dineren en diner zo fijn het kon niet veilig hoe vind je mijn nieuwe je pom alien kijk niet zo die zit er is tiel de zich over de borst het is een heel mooi toilet arifi charlene haar of in zijn paul dat fluweel van de kraag van saabs malloc ja dat is mooi fluweel ja het is zijn nieuwe rok van theunissen hij dat satijn van het toilet van floortje ja dat is mooi satijn ach wat weet jij van satijn iedereen zegt het waarlijk ja ik heb het overal in de zaal gehoord nee ja als ik voor langs de mensen ging hoor ik het overal als een gerucht varen zie je wel dat ze pijn van floortje toilet zie je wel het soort pijn van floris toilet adolf een dag vaak niet wetende wat ze moest denken dat je pannetje kost ook honderd en twintig gulden zeiden ze en logger 40 bij glanzende liep ze verder en sprak mevrouw bruijs aan de vrouw van de redacteur van de fotograaf en mevr wat zegt u van mijn partij paul charlene zacht en verwijtend ik was nu toch heus zo banden adolf in het zou merken einde van deel 2 hoofdstuk 3 hoofdstuk 4 van deel twee van de kleine zielen deze librivox opname behoor tot publieke domein opname door anne simon de kleine zien en droog couperus deel 2 hoofdstuk 4 constans was gelukkig meer en meer begon ze te beseffen dat ze bezat had ze jaren gemist had haar familie meer en meer waardeerde ze dat ze was terug in haar land holland het was of het dieper in haar tot bewustzijn kwam dat zij alle de haren terug had gevonden dat zij allen haar hadden het verleden vergeven en soms was het haar een illusie dat ik geen twintig jaren waren die ze afwezig was geweest die afwezigheid scheen als in te krimpen in haar broers en zusters herkennen zij al meer en meer eigenaardigheden van vroeger al of ze niet ouder waren geworden en mama als geheel dezelfde gebleven ook kon ze niet nalaten te bewonderen in stilte de bijna kinderlijke eenvoud van van de welke die zich rustig weg in haar toch hem geheel vrienden familie bewoog ofschoon er natuurlijk voor niemand van hen een familiegevoel kom koesteren met paul was hij het intiemste en het meest samen wel wat constans per traag arne meer gezien maar het als waar ze wonen ver van elkaar en toch hadden ze elkaar teruggevonden als zusters naar het gesprek kort na emily's huwelijk wel verwonderde constant zich dat een dergelijk intiem gesprek zich niet meer tussen berthe en haar herhaalde maar hoe dan ook ze voelde zich toch zusters en met kabel en kato nee dat bleef er en vreemd nauwelijks als met verre kennissen margaret had een soort passie voor constans opgevat en doordat zij zoveel verdraagzaamheid tegenover adolf iemand geoefend schimmen in deze iets zachter is gestemd te zijn voor haar want ar ovi we denkende dat constant zie een floortjes uitzet had bewonderd en geprezen kon wel eens zeggen het is toch niet kwaad constant is toch wel lief constans het ons nu zomer geworden en constans voelt zich gelukkig werd daar ging met de haren naar zwitserland waarvan nagel en in augustus zou volgen en adolphina maand aan de rijn maar we maar bleef in den haag en constant was verrukt haar moeder iedere dag te zien ze toerden veel met de oude vrouw en ons tegen ze uit in de bosjes of in het bos en wandelde er langs de paren en de oude vrouw sprak altijd over de kinderen of over de kleinkinderen of over de twee achterkleinkinderen de kinderen van otto en frans is die mee naar zwitserland waren nu per terror die zomaar niet was had de oude vrouw haar voorkeur verplaatst op de kinderen van gerrit ze aardig vinden omdat ze zo jong waren ze gingen dus dikwijls bij gerrit aan en vonden hem in de kleine huiskamer op het punt uit te gaan in uniform rinkelende sabel de sporen zwaar blond fors in de spannende uniform en verlakte rijlaarzen terwijl twee kleine meisjes en twee kleine jongens al een beroemd vlasplant met zachte roze kleurtjes op hem klommen waar je achterover lag in de grote fauteuil gerry en nadelig je een alex een kleine die toont de oudste marietje 7 jaar in haar armpjes moeilijk tilde de kleine baby en nog een grote baby kroop tussen de poten van tafel en stoelen op de zoek van een kapotte pop temidden van hot blonde getrouw alle de kinderen met uw vlas blonde krulletjes en die zacht roze blokjes fijn gebouwd als poppetjes was gerrit als een reus was hij nog grotere forser vulde zijn uniform figuur wanneer zich bewoog de kamer scheen hij revolte met zijn kinderen met een beweging ze allen die en alex en nadeel het je en gertie d gingen naar zijn benen en handen te kunnen doen tuimelen over de grond tot angst van god mama die hem zo wildfond madelien was altijd heel kan ook blond zachte glimlachend met haar fijn blonde gezicht je ook haar figuur gal moeder netjes vervormt het van een vrouwtje dat veel kinderen krijgt en ofschoon jong geen kok atari meer heeft voor slankheid zoals eenvoudig en zacht zo een klein blond haar grote zware man altijd kinderen barend vrouwtje als een plicht waarover zij niet veel dacht om het gerard het zoo gaarne wilde een natuur van glimlachende onderworpenheid altijd liefjes en rustig nooit driftig of zenuwachtig om haar woelige troepje en rustig is afdoende haar op lichtjes van moeder in november wachten ze haar achtste af en er scheen het kleine huis altijd nog maar meer plaatste zijn voor woelige kolom de kindertjes mama van lou we die dan met constant na het land was gekomen met een landbouwer zijde dan wie gaat er met oma mee en meestal werd dan zo geschikt dat behalve adelien zelve er wel een viertal blondjes mee in de landbouwer werden genomen 3 kindertjes nog binnen en alex op de bok aan de zorg van de koetsier speciaal toevertrouwd dan straal de mama van loos gezicht terwijl een groot toe werd gemaakt langs voorburg wassenaar en voorschoten en de kinderen als de gelegenheid schaambot werden onthaald op melk of de tocht ging alleen naar scheveningen bij bier en buck maakte mevrouw van loewe opschudding terwijl iedereen uitzag naar het rijtuig waar het behalve de drie dames nog kwamen de drie kindertjes terwijl alex klom van de boek 2 tafeltjes voegde de knecht aan elkaar en taartjes en ijs werden besteld en genoten oude vrouw in het huis van bertha vooral van de voornaamheid die lag over het leven na leven dat haar herinnerde haar eigen leven van grootheid dus met troepje van adelien genoot hebben anders genoot zijn van al dat jonge dat blonde wat vrolijke dat natuurlijke waaraan de voornaamheid helemaal geen eisen werden gesteld was hij niet de wereld zijn grootmama meer die belang stelde in de officiële diners en recepties en de russische gezant maar ze was de stralende grootmama die verheerlijkte om het had zoveel jonge lieve mooie kleine kindertjes zo aardig zeiden ze dan tegen constans dat gerrit wat laat als getrouwd hij was 35 toen hij trouwde daardoor zeiden zij had zij zoveel jonge kleinkinderen nog en aardig zeiden ze dat het de van logisch waar de enige kleine van logisch toch drie kleine stam houdertjes nog want karel had geen kinderen en ernst en paul die zouden wel mooi trouwen dacht zij en hoewel ze niet om de naam gaf en alle kleinkinderen als winst naar zich toe rekenen voelt het toch het meest voor de kleine van loos voor de kleine drie jongens vooral voor de stam houders van de naam die zijn getrouwd had als de winter al zo de tijd dat hij genoot bij de van nagels de zomer in den haag bij de te en gerrit en anoniem ze hielp adelien die goed moest rekenen met niet veel geld en zo een groot troepje en geregeld zomers kleden de oude mevrouw de bonden kindertjes aan kregen ze ieder wat werden ze in de mooie kleertjes gezet en ook constans genoot van dat eenvoudige huishouden vooral zeer het gerrit als het ware een passie voor haar had opgevat gerrit en paul dat waren haar broers nu en dorien mopperde een beetje ze schoot niet op met constans waarom zelfs niet kunnen zeggen constans had toch die eerste avond zo lief met haar gesproken en zij uit geheel haar hart op mama geholpen constant toch een hartelijk ontvangst bij de broers en zusters voor te bereiden maar ze waren geen naturen die met elkaar geharmoniseerde en dorien mopperde dat die constant toch altijd mannen om zich heen moest hebben het best op schoot met gerrit en paul die er bij de zo'n beetje het hof maakte haar dorien haar broers hadden haar nooit een beetje het had gemaakt ja mooie vrouwen had het toch altijd maar wat voor alle ze bij hun eigen broers zij dorien was alleen goed om voor de broers en zusters te draven en boodschappen te doen nu was het heel vreemd maar zeer ik werd er een adolphina de stad waren en door ie ook veel de adelien aankwam voeg zout zichzelf carolientje ik ga vanmiddag de stad in kan ik niet voor je doen en wat olie en antwoorden het is heel lief van je dory maar ik heb heus niets antwoorden dory nu bedenkt nog maar eens ik ga toch de stad in weg en is er aleen dan zij nu doe je als je toch gaat wil je dan even bij schreuder van kijken naar blouse is vooral belletjes en bij minder tijd voor schoentjes hebben ze allemaal nodig dan ging dorien en dravende rende ze met haar wps een schommel gang bij schreuder en moeder thijs mopperende als niet eens bertha of ado viel dan is het adelien die we gebruiken kan ik vind gaat en alle gezelligste boer zij constant op een avond terwijl paul baars op thee te drinken een goede keel maar vreemd waarom toch vreemd paul dat zeg je me nu al eens meer en ik heb het nooit gereleveerd waarom is gerrit vreemder dan ernst of jij en ik ernst is ook niet normaal en ik maar bijna maar gerrit is toch wel normaal misschien misschien wel maar mij komt het soms voor van niet maar wat doet hij dan wat heeft daarom vroeg constans verontwaardigd als een van loon haar broer verdedigend waar die boer werd aangevallen gerrit is 9 jaar getrouwd vroeger was de melancholie keer zeg ik wil een groen ik constant lachte hartelijk beste paul je mensenkennis laat je in de steek gert een gezonde kerel als een boom een flinke officier een jolige boer een leuke vader met al zijn blonde kindertjes gerrit melancholiek waarheid vandaan 8 paul van loten subtiliteit zeg je soms zulke onwaarschijnlijke dingen je hebt gerard vroeger niet gekend constans ik heb hem gekend als jongen van 14 jaar toen wij samen speelden in de rivier van buitenzorg van die periode 2 gerrit nog altijd met mijn blote voetjes van vroeger ik heb geen het gekend als kadett en als jong tweede luitenant 20 jaar geleden toen was hij aardig vrolijk en ik herinner me gerrit en tien jaar geleden melancholiek oh iedereen heeft wel eens een bui misschien een ongelukkige liefde waarom gerrit niet in van goed als een ander hij kwam ook al vergissen als ik gerrits oh zie in zijn grote stoel en als de kinderen klimmen op zijn borst en zijn benen dan schijnt hem ertoe een geluk een geluk hoop al en ik ook ik voel me gelukkig ik kan je niet zeggen paul hoe gelukkig ik ben terug hier in den haag en nu nu houden u toch wel weer een beetje van mij zelfs sophy was de laatste tijd voor zeer breed ging heel aardig en ik ben gelukkig ik ben gelukkig the weather atheïstisch aangelegde zag de edele pastorale natuur plaagde pom kijk daar komen je man en jongen terug met hun fietsen met twee broers en oudere en een jongere zwaarder paar met elkaar ze nu zo gelukkig bent wees dan niet jaloers blijven vanavond zo pastoraal als je nu bent ook al komt je man straks in de kamer einde van deel 2 hoofdstuk 4 deel 2 hoofdstuk 5 van de kleine zie de deze liepen zoekt opnamen boord het publieke domein opname door anna simon de kleine zinnen de louis couperus deel 2 hoofdstuk 5 de oude vrouw wandelde met langzame passen langs de paden van de tuin voorzichtig kijken met haar grauwen ogen naar iedere roos moeilijk schenen de benen voor te wandelen langs de smalle grip waren hiervoor voortaan kronkelde en het lijf als voorkomt helder over in de verander zat in een rieten stoel de oude grote figuur van de man het invoeren voorhoofd zich welvend boven de bladen van de courant die hij hield in de grote dora handen de avond viel een naamloze grauwe weer moet viel uit de vage zomer hemel over de buitenwegen neer langs welke de stille villa's zich verloren in de schaduw en der tuinen de oude vrouw zag op naar de hemel zag uit over de weg de hand even boven de ogen liep weer voert langzaam en moeilijk ik diep in de roze aandachtig toen wanden ze weer naar het huis het wordt koud hendrik blijft niet zo lang nee maar de oude man nog blijft zitten de oude vrouw ging naar binnen wandelt door de voorkamer en de eetkamer met haar zakdoek wreef ze een van over de meubels zoekende over soms stof lach en daarin meid de tafel had afgenomen trok ze tafelkleed recht zet een stoel beter steek employ weg uit het over gordijn ze kwam in de serre zag in de achtertuin haar ogen groot en triestig draag een uit in de grauwe weer moed van de duistere avond de wind stak op kreunde zachtjes door de opperste twijgen der boomen de oude vrouw zag om naar de oude man maar hij blijft zitten in de rieten stoel verloren in de grote kranten bladen wat niet te koud herman herhaalt zijn zacht ik kom maar oude man nog blijft zitten nu twaalde de oude vrouw door de gang luister aan de keuken en een klein achterkamertje stemmen klonken naar van de meiden en de knecht toen ging zij de trap op toile de ruwe slaapkamers bepaalde door gelegen logeerkamers met een zucht omdat ze nooit kwamen alles was netjes onderhouden stil de sluizen loos als een huis waar niet veel geleefd wordt de oude vrouw kwam strompelend zuchten had geen rust ze dwaalden nog eens alle de kamers door en moeizaam werkt ze de trap zich weer af ging door de gang kwam binnen de oude man nu was er gezeten de tuindeur en warm toe held de koran toegevouwen en bij het venster gezeten toen hij nog naar buiten waar de file weg meer en meer donker de in de vage kille nazomeravond die de opstekende wind begon te door huiveren toen aan het andere raam zette zich een zucht dempende de oude vrouw tot de pijnlijke handen samen zetten de moeilijke voeten naast elkaar op een bankje de kamer werd donker de ramen werden goh even getekend met de lijn der gordijnen de weg verloor al meer en meer in het vage van de waarin de avond het was buiten en grauwe weer moed en dus binnen een grauwe weer moet maar die twee oude mensen ieder zweeg en de zittende aan een ruim verlaten en eenzaam en weg getreurd in hun eigen gedachten de zaten zo lange tijd stil zonder een woord toen zeiden de oude vrouw en vliegers morgen jaar ja zei de oude man hij wordt 39 en ze zeiden niets meer en staarde toen werd weer onrustig de oude vrouw en stond moeilijk op haspel de zich vasthouden aan de stoelen de kamer door belde steek het licht op en breng de twee piet de knecht tak het licht op tot de gordijnen dicht wachte t de oude man bij de tafel zetten zich maar de boek en het gaslicht veel hard op zijn ivoren hoofd en zijn blauwe geschoren gezicht de handen benen gaan knokkel er schade hun groot om het boek nu regelmatig de bladzijde omslaan hier is je kopje hendrik de oude man dronk het kopje toen dan de oude vrouw ook haar boek en ze las dankzij rand en jaren en jaren had ze steeds minder en minder in haar bijbel gelezen omdat zij toch slecht was en dat ze nooit had berustte naar opoffering in dat wat haar plicht was geweest voor god en de mensen toen had er bij toeval in handen gekregen een wonderlijk boek dat beschreef hoe de mensen waren na de dood en dat boek klasse iedere avond maar ze kon deze avond niet lezen meestal lazen de oude mensen bij een kopje thee tot 10 uur stilzwijgend stomme dan op gingen naar bed maar oude vrouw kon deze avond niet lezen haar moeilijke voeten op het bankje trilde onrust bewoog haar verkonden lichaam en ze vroeg nog terloops schuchter wordt henry 39 hendrik ja ze wist het wel dat hij 39 werd maar ze wilden het nog eens zeggen sölden praten over haar zo'n 15 jarenlang lange jaren had ze niet gezien waaraan de en verjaardagen de verjaring van de dag waarop ze hem gebaard had haar enige kind vergaan terwijl hij heel ver weg te ver voor haar om hem te bereiken en te sluiten nu naar arme vele jaren had ze hoop gehad nu zou het wel komen nu zal het wel dichter komen maar het was die dichter gekomen tot plotseling heel dicht was gekomen tot het er plotseling was nu was het er na jarenlang lange jaren en toch als het er niet was het ver ze kon niet lezen stond op liep de kamer uit de gang over de oude man even had daarna gestaard last door en het was of haar onrust steeds groter was alsof mijn stem een dier stemmen van welke ze geleden had in het vriendenboek haar zijde ga ga morgen nooit had een stem zo duidelijk gesproken tot haar oude vrouw en haar als bevroren te gaan te gaan morgen ze was heel oud in haar jaren haar beweging en een naar gevoel en ze verplaatsen zich nooit nooit ze leeft de stil in haar huis aan de buitenweg zomaar aan winter en ze maakte soms een kleine rijtoer in de omstreek verder bewoog ze zich niet meer jeugdige moeilijk en van pijn gekromd haar als ingeschonken l' de rug en jaren en jaren had ze zich niet verplaatst had ze in de spoortrein niet gezeten die zij jarenlang daar bank station had horen fluiten soms zelfs had horen dreunen en nu beval de geheimzinnige stem zo duidelijk en als onafwendbaar ga toen kwam ze binnen de kamer zetten zich en ze kon hij zich niet meer dempen te zuchten de oude man hoorde waar hij wist niet te vragen waarom zij zuchten city jaren lange jaren als er zo weinig gesproken te zijn alleen nu van het voorjaar toen henry's brief was gekomen hadden ze gesproken maar niet veel een paar dagen na de brief had de oude man gezegd ik zal omschrijven en eigenlijk was dat het enige woord gewist maar je leeft er niet zo vele jaren lang stil en zwijgend naast elkaar om elkaar niet te horen spreken ook zwijgend ze wisten ook zonder spreken want zo kan daar zeiden stil in zich alleen nu hoe de oude man ook zelve aan henry dag deze avond wist hij niet wat zijn vrouw stil zonder woorden met haar enkele zich tot hem zij de mond hij niet last in het vreemde boek en nooit hoorde de vreemde stemmen daarom zocht hij naar een enkel woord dan voelt het heel moeilijk een woord te vinden maar uiteindelijk toch sprak hij en zij de eenvoudig wat is er hij zag niet op pad door een zijn boek terwijl hij zei de het woord toen trilde zenuwachtiger de moeilijke voeten daar oude vrouw op het voetenbankje toen rilde zenuwachtig onder het zwarte shotje de kromme schouders en de oude vrouw zacht begon te schrijven kom wat is er hij deed of hij door las het boek omdat het zo moeilijk was praten en schrijf en omdat het gemakkelijker was als hij deed of hij door las toen zeiden de oude vrouw want zijn oude stem het woord wel zacht had gezegd ik wou morgen naar henry gaan nu zwegen ze beiden en de oude man last door en de oude vrouw wachten op zijn antwoord schrijden niet meer en hield stil de voeten de schouders bijna een pauze zeiden de oude man neem dan piep mee om je te helpen ze klinkt het hoofd en de tranen vloeiden en haar uit de ogen terwijl haar boek tot zich trok in een gist tevreden dat hij zo veel en zo zacht had gesproken ze zich genoeg is van verademing en last door maar haar ogen dagen niet te worden omdat ze bedacht dat ze morgen met piet de knecht zo gaan met de trein waarin ze in jaren en jaren niet had gezeten bij den haag oom henry te zien ga had een stem gezicht ga had de stem bevolen en ze zou nu gaan nu was het dan gekomen zo dichtbij was het er gekomen dat het er morgen zou zijn niet dat henry tot haar kwam waarop zij ging naar henley lang te kussen om hem te vergeven hij zal als door zag niet de vreemde woorden die vertelt hem hoe de mensen waren na de dood maar zacht schrijden zijn onhoorbaar over haar boek heen was stille voldaanheid en rust dat zij het gezegd had en dat hij gezegd dat neem dan piep mee om je te helpen toen het 10 uur was sloot hij zijn boek stond op en ze wilden zoo gaarne hem vragen of hij ook niet morgen in de trein wilde mega naar henry omdat het niet moeilijk was en piet immers de kaartjes zou nemen maar ze zei het niet omdat ze wist dat het nog moeilijker was voor hem dan voor haar zich te verplaatsen en te gaan met de spoortrein die hij ook jaren dat horen fluiten en dreunend soms ze vroeg het dan ook niet omdat hij het zeker zou weigeren en ongetwijfeld hoort hij in zich want hij aarzelde hem te vragen want hij zei de zacht ik ga niet maar zeg hem veel liefs van zijn vader toen boog hij stroom en moeilijk zijn hoge figuur en zijn invoeren schedel ging tot haar toe hij kuste haar op het voorhoofd en zij greep zijn benige hand en drukte die zacht toen ging hij naar boven en zij belden de krijgt kwam piet zeiden ze aarzelend en schuchter en ze bloosde voor de knecht ik ga morgen naar den haag naar meneer henry jarig is en ik wil dan wil dat je me bracht de knecht verwonderd klik op lachend heel goed mevrouw tot uw dienst en toen ze de trap op ging wordt ze rechter te lopen voelde zich jongens einde van deel 2 hoofdstuk 5 deel 2 hoofdstuk 6 van de kleine zielen deze librivox opname boord publieke domein opname door anne simon de kleine zielen de louis couperus deel 2 hoofdstuk 6 en in haar kamer sliep ze bijna niet van zenuwachtigheid over de grote gebeurtenis die morgen zal gebeuren in de nacht terwijl de wind griezel de aan de vensters lakhs in haar bed met open ogen luister en toch zijn niet in de stemmen van de wind nog andere stemmen zou horen vreemde stemmen stemmen die de levende mensen waarschuwen of bevaren haar oude man had zijn nooit over te stemmen gesproken hoewel hij wel wist dat zij last in het geen de boek en het afkeuren dat zij hun las moeten toch niet kon deugdzaam zijn te lezen voor mensen die al dit van hun de kinderjaren af gelooft arm dat het beste boek was de bijbel en het zuiverste geloof het geloof in de heere die alle kwaad gaf en alle goed ook voor de oude predikant die in iedere week kan bezoeken werkte bij de ieder jaar wat ouder en succulent week werd er kijk kwamen had soort vreemde boek verborgen het opgeruimd als een zondagnamiddag zou komen en zo las hearin wel iets verborgen voor haar oude man maar toch stilzwijgend als in de geheime ketterij haalt er wel eens gevraagd wat lees je daar en ze haalt hem de vreemde titel gezegd en gezegd dat ze wilden onderzoeken maar verder was er ook niet tussen de oude mensen gesproken hoewel ze hem stilzwijgend zijn afkeuring worden zeggen maar sedert ze jaren geleden hem haar man had toegegeven te berusten in de bomen menselijke opoffering om haar zoon af te staan aan de vrouw die de zoon uitgestorte naar ongeluk omdat deze opoffering was de plicht is het beoefenen moesten voor god en de menselijke rechtvaardigheid zeker dat ze geen vrede gehad hoe zijn gelezen had haar bijbel gesproken had met predikant en gebeden had urenlang dat geen vrede gehad diep in zichzelf had ze altijd gevolgd omdat zo zware opoffering de hemel haar moeder oplegde haar man had de kracht van een man gehad die recht zijn weg gaat de weg van zijn plicht en zonder enige overtollig woord had is een zoon afgestaan en hem verloren maar zij hoewel ze ook niet sprak had niet kunnen berusten en haar ziel was opgestaan en zat gemeend dat zijn verloren was voor de eeuwigheid tot een zachte straal haar getroost had bij toeval uit het vreemde boek dat ze bij toeval in handen kreeg opende en toch geloven nog al ging ze niet meer ter kerke en al was het zwijgende niet eens met de predikant niet eens met haar oude man vocht zet toch wat er over was van een oude geloof dat eens zo vast had gestaan als een rots met het nieuwe geloof te verenigen te verzoenen met de doen samensmelten en also bought wat zei wel dat hij zelf de god wat vroegere oude geloof maar ze luisterde ook meer stemmen nadat wat van de onzienlijke wereld heeft om ons rond en ons redt en ons beleid en ons waarschuwt en beschermt en zachte glimlach en erbarming heeft tussen ons en de strenge onveranderlijkheid van de goddelijke genade of kom genade de goddelijke front temperen tot zachtere blik dat was haar geheim en wat zij stilzwijgend haar man zijde van het nieuwe geloof bleef toch nog voor hem geheim en door hij niet door in de woord weinige avonden als we samen zaten en lazen en hij het haar stilzwijgend horen zeggen dat zij anders geloofde dan vroeger omdat de onverbiddelijkheid haar geen bevrediging had gegeven nu was de dag geworden dat het was de verjaardag van henry ze kleedde zich dadelijk aan moeilijk en met bevende handen en toen biedt haar gezegd had dat al 9 uur een trein was bloosde zij en bleef stil zit te wachten tot het rijtuig als ingespannen en piet haar waarschuwen ze deed aan het ontbijt als gemoedelijk maar ongemerkt bocht zijn niet te eten omdat het brood steken bleef in haar keel het toen en de ontbijttafel haar oude man tot haar zijden heb je henry niet getelegrafeerd zeiden zei nee bijna onhoorbaar en stilzwijgend zeiden ze al zo haar man dat ze henry verrassen wilde ze bleef onbeweeglijk zitten was de deze morgen de kopjes niet af zoals hij altijd gewend was doe een beetje verlegen door het ongewone van haar man en de meid en verbiedt zo worden de pendule tikken telkens vieren seconden weg en zoals bang als piet zo treuzelde te laten komen of dat haar een ongeluk gebeuren om zo gelukkig kan de morgen courant en de oude man zo kunnen bewaren terwijl zijn wachten bleef haar ouderwets zwart oude dames moet je al op en de mal om tot iets zou zeggen dat het nu tijd was de meid was voor de kopjes af en ze was wel bang dat de mijter een break een taal om het verder gewoonte niet had tot we een gehele verandering door het gehele huis u zet die morgen ging met het spoor naar den haag de henry die jarig was zo was verlegen en de vrees te het buiten op de weg en het station de mensen zouden kijken en praten waarom geval van de welk op reis ging en toen eindelijk piet kan waarschuwen kon ze eerst niet opstaan omdat het zo heeft een haar oude benen en de voeten staken als liepen ze maar ze deed een moeilijke poging stond op gaf het geld aanbiedt en de oude man lijden piet zal je voor mevrouw oppassen met het in en uitstappen week belooft het en een afscheid van de oude man het rijtuig stond voor het lukt ons niet goed kijken naar dirk de koetsier om te verlegen was terwijl pieten party open hield en er hier op in stijgen met een beetje moeite in het rijtuig dook ze erachter omdat de groenteboer in juist voorbij kwam en ze bang was dat die haar zo zie ook bedacht ze dat men in de andere files het rijtuig wel zo zien uitglijden en denken wat er zo was in de vroege morgen maar toen aan het station kies haar heelhuids tegen hen haar in het wachtkamer tube8 terwijl hij de kaartjes haalde was ze heel verlegen vorm hier een het dame die ook wachten en het haar misschien wel vreemd aan zeggen dat zij oude vrouw zo op reis ging geluk gaat piet het goed uitgerekend en behoeftes niet lang te wachten waarover ze heel blij was om het gefluit van de treinen het gebouw met de klok haar heel zenuwachtig maakte in een bevende trein te missen waarvan ze niet precies op de minuut wist hoe laten ging maar piet weer waarschuwen en haalde haar en ze probeerde weg te lopen en nu door piet geholpen niet al te pijnlijk en te moeizaam in te stappen piet had een kaart tweede klasse voor zich genomen en zou ik maar liever gehad dat hij ook in graag compartiment was gekomen maar hij had uit eerbied natuurlijk niet gedurfd en zij had het hem niet durven vragen waar ze beloofden zich heel stil te blijven zitten tot piet haar weer zou komen halen de heer en de dame laten ook een het compartiment waar zij zat maar ze waren heel beleefd de heer had evengoed en de dame ook en gelukkig klikkend er verder niet naar haar maar praten en zag met ook handig en toen de trein zich in beweging zetten bleef de oude vrouw rustig stijf de lippen zit te kijken door het raam naar de wij dan dit toch al voorbij toen dacht ze wat henry wil zeggen zo en nu dacht ze ook aan constans en en haar kleinzoon adriaan en ze werd een beetje bang voor wat hij gedaan had misschien waren ze uit of zou het heel druk zijn met de van loos de familie van konstanz ze wist niet goed hoe henry en constans leefde in den haag henry was nog wel alleen een enkele keer te driebergen geweest maar uit zijn woorden dat ze geen duidelijke indruk gekregen want ze nauwelijks geluisterd had en haar maat zitten aan staan haar zoon die drie in zo vele jaren gemist had die niet voor haar had mogen bestaan ze huiverde plotseling voor wat zij zo had durven doorzetten het was nu te laat zodat in de trein en het trein voer daarmee en ze wist biedt ook niet goed te zeggen zodra de trein stil mocht houden dat zijn liever terugkeerde maar tot zij van louter niet anders kunnen nu moet vond maar stil te blijven en zich door te laten spoelen tot de trein het station van den haag binnen gleed en piet haar weer kwam halen en hierop uitstijgen langs de hoge spoor tree piet geleden haar nu langzaam en rustig door de drukke mensen heen die ervoor uit iets stromen en buiten het station zocht hij een nette filante hielp haar in en gaf het adres op van bron van haar welke kerkhoflaan dan zet de schop de bal naast de koetsier en nu in de figuranten het is gebonden over de keien was hij toch blij maar te hebben doorgezet en vond hij dat het toch niet zo heel moeilijk ging en dacht ze dat henry het toch misschien wel aardig zou vinden dat zijn gekomen als onverwacht het als een lange rit en zoals sedert jaren niet in den haag geweest hij kende de straten en pleinen niet meer maar eindelijk wilt de figuranten stil en ze keek uit terwijl piet de bock afsprong belde opende haar hulp ja nu was er wel en ze beefde hevig nu de meid haar open dit en ze de gang binnenkwam nu was er wel en ze kon nog niet zeggen toen de deur en de gang open ging en constans verbaasd uit de gemoed kwam dat was de tweede maal dat zij die folie zag lama ja ik ben maar eens gekomen omdat henry jaar was ze wist zat wel begrepen dat haar zoon niet gelukkig was met die vrouw en ze voelde wel een teleurstelling dat niet henry zilver was die er tegemoet kwam maar verwondering op constance gezicht trok op in en zag blijde verrassing zoals heel gevoelig voor hartelijkheid en ze begreep dat het hartelijk was van die oude vrouw gekomen te zijn die oude vrouw die nooit reis te die gekomen was met haar knecht wat zal hij riep dat lief van u vinden zijdezacht en haar ogen werden vochtig wat zal henry dat lief van u vinden hij is nu wel uit met zijn fiets maar je komt gauw terug komt u binnen doet u binnen uw mantel af ik ben bang dat er tochtige dag biedt heb je mijn vrouw gebracht hama en de keuken piet kom binnen mama wat zal henry dat aardig vinden hij zal wel heel graag komen en hier is mijn moeder die is ook vanmorgen gekomen ze leiden mevrouw van der welke nu in de voorkamer en daar stond de oude mevrouw van loon en nu constance deur sloot zagen de bij de oude dames elkaar en waren beiden heel zenuwachtig en ook constant voelde zich zo trillen in haren leren de oude dames zagen elkaar aan het was op de bij de moeders elkaar vergeving mij vele een lange jaren voegen voor een bij de kinderen met die lange lang haar blik toen kapper arlo toe en stak de beide handen uit en haar woord klonk heel eenvoudig nu ben ik toch blij kennis met u te maken mevr ja ze vroeger het elkaar zonder het set ook ander zeiden zij volgen elkaar vergeving voor wat in de twee kinderen ja jaren geleden tegenover elkaar en zich het tegenover hun leven hadden misdaan zij vroegen het elkaar met onuitsprekelijke zachtheid van twee hele oude vrouwen die hun kinderen wat we een jaren ook zijn nog altijd als kinderen als haar kinderen beschouwde ze voegen met elkaar zonder woorden met een blik en een handdruk en constant begreep zo dat zij de elkaar voegen zij stil uit de kamer ging zich plotseling voelende een kind een jong en klein kind dat slecht had gedaan tegenover die bij de moeders ze voelde het zo kost als dat ze alleen in de serre de eetkamer ging en weende heel stil haar tranen opeten in de zakdoek en de oude dames waren daar samen de bij de moeders heel verschillend de ene mevrouw van loon een vrouw die misschien wel meer van het moeilijke leven gezien had en het begrip dan mevrouw van haar welke die altijd stil had geleefd altijd op driebergen maar daar bijbel tot zijn handen met vreemde boek had gekregen ze waren daar samen en dat zij elkaar stilzwijgend zo heel veel zijde en voegen was niet hoorbaar in dit eenvoudige woord van constance smoother wil ik u helpen uw goed af te doen en niemand om mevrouw toen hield zijn we gewoon van de welke en constans verontschuldigend zeiden zei ik geloof dat uw komst haar heeft ontvoerd nee niet kwalijk dat ze even is misgegaan toen naast elkaar zetten zich de oude dames ze wonen hier lief zei de mevrouw van der welke en zenuwachtig keek ze rond ik ben zo blij dat mijn kind terug heb zei de mevrouw van loon er was heel veel te zwaar te zeggen maar ze zeiden niets dan eenvoudige woorden voelend al het andere wel dus haar in gedachten terug jaren terug hoe vijandig zijn toegevoerd hadden voor kan als kinderen die elkaar en erbij families schande hadden gedaan hoe zij toen zoals elkaar bij toeval ontmoet als nu onmogelijk met zachtheid elkaar hadden kunnen aan de in als nu maar de jaren waren als geduld over de smart en de wreedheid heen en nu was het mogelijk en zelfs weldadig elkaar moeten gaan moeder te druk en de hand en aantal zien met die blik die vergeving vroeg ik was henry ook komen feliciteren hij zal wat terugkeren met al die voor het lynch zeiden we vrouw van loon maar constance terugkomen en in haar eigen huis haar eigen kamer nu voelde ze zich verlegen en geheel anders dat toen zij beledigd tekortgedaan gestaan had tegenover henry ouders te driebergen per het eerste en tot nog toe enige bezoek het was op het samenzijn van die twee moeders hij deed worden als een kind dat misdaan had zoals hij nog nooit gevoeld had voelde ze zich kleine kind en toen zij als veel rare gewoonte vlak naast beval verloren ging zitten nam ze haar hand en legde tegen haar moeder aan haar hoofd en hield zich niet in maar scheiden en beval verloren nu zag nog eens de moeder van henry aan alsof ze zeggen wilde als het mogelijk is voor oordeel mijn kind niet te streng zoals ik henry niet te streng oordeel einde van deel 2 hoofdstuk 6 deel 2 hoofdstuk 7 van de kleine zielen deze librivox opname behoort het publieke domein opname door alle simon de kleine zinnen de louis couperus deel 2 hoofdstuk 7 en constans nu deze dagen toch al als een geluk van voldaanheid rustig door haar asiel vloeide was ook ontvankelijk voor de tederheid van dat ogenblik toen henry met zijn zoon thuiskwam moe gefietst en hij verbaasd zijn er moeder die hij wist dat nooit meer haar huis verliet vond in zijn huis zag zitten tussen constans en beval van loon was er dan waarlijk iets vaster geknoopt nu eindelijk na jaren wat nog niet verwonden had kunnen worden toen op die morgen te driebergen met nu waarlijk als mijn pan een dichte gestrikt en duurt het alleen alles maar heel lang jaren en na jaren nog maanden toe om het alles wat zacht laten worden en dat wil dader in deze stemming van zelve had kosten als een zachtere toon in haar stem en ze voelde zich zowel kind tegenover die bij de moeders als oud geworden in sich selven in een sluimering van passies en driften en zenuwen zou het dan zo nu worden gaan met haar met haar leven in een zachtere opeenvolging der jaren zijn levende waar zo'n ze vroeg het zich diep bijna onbewust af in haar ziel en en weemoed vloot in haar vol en die moet op die bij de oude moeders om henry om zichzelf kan dan zo aan dat wat naderen met die nu zachtere jaren de ouderdom ze was 42 de ze was niet oud maar naderde nu toch zo zacht de ouderdom en terwijl zij het zich afvroeg in een weken weemoedige passie en drukloze stemming schema het heel vaak voorheen als zou zijn nu oud worden en als had zijn nooit geleefd nooit geleefd nooit geleefd het schemerden oh zo vaak om voldaanheid in haar zachte voldaanheid nooit geleefd waarom ze wist het niet maar ze dacht heel even een schaduw van gedachte aan gerrit en aan buitenzorg zij beiden broertje en zusje kinderen die spelen in de rivier het was of zij dat niet geweest was dat meisje met de rode bloemen of dat het ander meisje was geweest nooit geleefd maar hoe zou zij moet hebben gedaan om te hebben geleefd hoe ze oud werd de ijdelheid de balls haar huwelijk rome en liessel het schandaal was dat leren geweest of zich vergissen van vergisting op vergissing drukte en drift en om niets nu nu was het gedaan zacht werd het wel niet zo bitter meer en weldadige maar ze voelde het zaad nooit geleefd maar ze wist niet hoe zij moet gedaan hebben moeten voelen dat ze geleefd had en ze niet het vreemde gevoel wegdoezelen in de weemoedige zachtheid omdat de komen gewelddadigheid er nu was met de jaren digo aan miste ze zich de de vreemde gedachten weg ze dacht wel dat het zo zou het moeten zijn nadat het niet anders gekund dat omdat ze toch nooit anders geweten zou hebben nooit geleefd maar dan om haar heen hadden honderden vrouwen en mannen nooit geleefd en nu zodat ze zich los uit die vreemde stemming en zacht lachend tevreden toch weemoedig zag ze dat het tafel gedekt was en vroeg ze de bij de moeders aan het lunch' te komen mist en de jaren dan aan werd er een oud en werd nu zacht en weldadig en dat ze dan nooit geleefd dat vind ik nu zo aardig toch zeiden ze dat ik de bij de mama's aan mijn tafel heb einde van deel 2 hoofdstuk 7 deel 2 hoofdstuk 8 van de kleine zinnen deze librivox opname hoort een publieke domein opname door anne simon de kleine zinnen de louis couperus deel 2 hoofdstuk 8 het had in een kleine stad als den haag niet anders gekund of de plotselinge verschijning van constance haar man na jaren was de aanleiding geweest tot een wisseling van praatjes die nog moeilijk tot zwijgen kwamen de familie van loon had relaties in verschillende categorieën daar is de gratische de hoge ambtenaar th wereld de militaire de indische die juist door deze tot meer dan een korter i behorende betrekkingen als een kruis vuur van veroordeling en beoordeling ontstaan die bij de niets van haar scherpte verloren hadden ook al had mijn sedert jaren die per constans gedacht integendeel het was in de praatjes als een opraken ling van alles op men zich vroeger herinnerde een herhaling van alle beoordeling en veroordeling die bijna alle dezelfde mensen vijftien jaar geleden ook dus elkaar als een algemeen gangbare munt hadden gewisseld was het constant zelve soms geweest of de tijd van haar afwezigheid in chrome en geen twintig jaren meer was voor alle die mensen die herkende of haar familie kende of de familie van haar en familie kende bestond die tussenruimte helemaal niet en was het of het schandaal van gisteren dateerde of zij van der welke haar man getrouwd had sedert gisteren en zonder dat zij zelve zacht gelukkig nu en deemoedig voldaan terug in haar verwanten kring terug in haar land waar ze zo vreemd geen het geslacht in het buitenland iets merkte van die kruisvuur waardoor zijn rustig op straat tijdens de twee bruiloften opschreven in in nu doorheen was gelopen door heen liep hield het aan tussen al die mensen kennissen vrienden familie wilt het aan nooit uitgevoerd voor hen allen was de gebleven mevrouw de stoffen laag van vroeger zet het haar huwelijk niet meer terug in den haag en nu terug met van naar welke op de wie ziet is op de t's dus waar is in de witte en de plaats op scheveningen overal kruist het snelle flits en de vuur zich als een genot als een sport voor al die mensen je weet wel die mevrouw de staven laag van longen van zichzelf ja die toe met van de welke ja ik herinner me het is met hem getrouwd ja die is terug ja dat heb ik ook gehoord hij gisteren tourism het oude mevrouw van loon dus is weer terug ja er is terug zo begon het kruisvuur zacht en vlug aan een sport van conversatie en ze wordt door de familie dus weer ontvangen ja en zelfs in driebergen is dat 20 jaar nee zo lang kan ik niet zijn zicht een kind ja een jongen maar niet van van de welke vader italiaanse van het italiaanse diplomaat zo schoot het vlug knerpend of levendig tot het als een vuurwerk schitterend en snerpend afging dat zal de familie ook niet plezierig vinden je hebt maar het gezicht van van nagel te zien en van de saatse maar waarom haar dan ook maar niet achteraf gehouden waarom moesten nu terug komen dat is een brutaliteit zoals alle tea tree schopt als jong meisje dat huwelijk met die de oude de stoffen laag en nu wat zoekt ze nu er inderdaad ja wat zoekt ze nu in godsnaam in den haag en we zochten wat zij zocht in den haag verzocht een heel diep heel ver na het schitterende kruisvuur ze wroeten tussen elkaar al het zand om van hun vermoedens en stoven het elkaar om de oren ze hadden in het buitenland een heel duur het raam en dat hield ze niet meer vol zit wil baarmoeders zijn omdat ze bang is dat als hij doodgaat en moeilijkheden komen met de erfenis hij is het die terug wil voorhouden met ressen zij willen het hof nee hij weer aantrof ja ze willen bij haar het hof zijn waar het hof ze dingen aan het hof zij wil houthoff wat een brutaliteit zou dat toch zijn al was er nu vroeger in die kringen is dat geen reden om er nu aan te denken zich te laten presenteren in zal zien van de winter veel aan het hof a of maar dat is niet de enige reden die hij is bang dat zijn ouders hem zoveel ze kunnen onterven en nu denkt hij hen te verteren met hun kind dat zijn kind niet eens wat doet het er toe dat weten jullie houden mensen niet en ze zochten en voeten met zand en schotel het kruisvuur af als een sport voor de t's en sari's in de societeit en op scheveningen hoor eens zouden anderen die van de welke heeft maar gehandeld als een gentleman wat er vandoor te gaan met de vrouw van een ander nee maar later te trouwen dat had niemand en na gedaan zij is ouder dan hij 6 jaar nee vier jaar niemand dat het gedaan nee niemand en hij is verduiveld net de kieren geweest altijd geweest altijd geweest zij als oudere vrouwen die de wereld kende heeft hem piepjong enschede passeert het klonk alles alsof de jaren de vele jaren er nooit waren geweest ja maar voor een jong vrouwtje het is soms moeilijk hoor waarom is ze dan zo een oude man getrouwd uit ijdelheid niets dan ijdelheid het beoordeelde verdedigde en veroordeelde alles alsof de jaren de vele jaren en nooit waren geweest de kennissen van de van loos of vanuit kennissen of de familie van hun familie waren niet slechter en andere mensen maar ze zagen elkaar optisense waar is in de witte en op scheveningen en de conversatie moest voedsel hebben wat er ook voor grote dingen gebeurden op de wereld het meest interessante toch was de we praten over en weer en geval als dat van constant ze haven noch haar noch van de welke en zelfs haar geval was interessant zo niet sympathiek alleen moesten ze niet denken dat u een geheugen zo zwak was en dat zij zich het geval niet drommels goed meer herinneren alleen hadden ze niet terug moeten komen in den haag toch weer schandaal makende in de haagse netheid hun er verschillende korean alleen moest er geen sprake van kunnen zijn dat mensen die zo over het toen gingen aan de zit te laten presenteren aan het hof en dat zijn ze toch van plan constans zacht gelukkig merkt er niets van en van der welke in de societeit meer in de onmiddellijke nabijheid van het kruisvuur over zag wel eens een blik en gebaar over horen wij is een woord maar telde het niet ook al maakt het hem even kribbig einde van deel 2 hoofdstuk 8 deel 2 hoofdstuk 9 van de kleine zielen deze riep fox opname portal publiek domein opname door anna simon de kleine zinnen de louis couperus deel 2 hoofdstuk 9 om zijn moeder plezier te doen gad nu hij naar de grote vakantie in de 3e klasse van het gymnasium was gekomen wel eens op een zondagmiddag naar zijn leven van zaad ze me er verhoudingen een beetje het winnende want veel sympathie onderling was er niet en daar wel gezien had dat de drie jongens zijn moeder in het kleine huis zeer vermoeide hoegaarden ze ook de verwantschap haar hield nam hij het maar op als een soort plicht om bijvoorbeeld eens om de 14 dagen naar hem toe te gaan om met hen te gaan wandelen of fietsen zijn aard was meer om schaal te sluiten bij oudere jongens op het gymnasium had hij een paar oudere vrienden gemaakt en zelfs frans en henri van nagel jongelui van 23 en 24 zeiden dat het wel heel dwaas was maar dat ze het altijd gezellig vonden als audience aankwam om zijn moeder die deze ouderlijke neiging echter in hem afkeurde nu plezier te doen ging je dan wandelen of fietsen met het een van saatse maas eigenlijk zelfs onhebbelijke kinderen minachtende omdat hij ze zowel vrouw als de nummer achtig vond een hond mag daarenboven vol vuile praat en smerige blaak zij hielden niet van al die maar toch zagen ze een beetje tegenop juist omdat ze wisten dat de ouder en even de van nagels studenten ardie mijn kind toch als zijzelf en een aardige jongen vonden terwijl ze hem eenvoudig als kinderen beschouwde geen notitie van ze namen maar ze begrepen daarom ook weer niet in al die dat hij gaan in huis kwam bij om gert en spelen kom met al die kleine peuters daar ze vonden hem gekke jongen ze hielden niet van hem maar de intimiteit met frans en olie van nagel gaf al die in een oog een soort studentikoze mannelijkheid die hij stil beneden om dan ook tegenover arie mannelijk en studentikoos te doen konden zij lopende of iets en de geen vrouw voorbij gaan of ze hadden een paar vuile woorden onder elkaar waarderende of afkeurende als jonge 4 vers die je alles van weten arie dan grinnikte in zijn maag nooit kunnen de uitlachen ook al wilde hij jullie schelden me uit voor een oude heer soms maar als jullie een vrouw voorbij gaan praten jullie als oude heren over dingen waar je totaal niets van weet zo weet jij meer dan wij dat zeg ik niet maar ik heb een mijn mond niet vol van dan waar ze kwaad dat u en wereldwijsheid van vuile hoeren ging indruk maakte hem begrepen ze niet dat al die zo ronduit kwam voor zijn onschuld en zijn onwetendheid integendeel over hun onschuld en onwetendheid schamen zij zich brandende ze beiden toch zo goed mogelijk te verliezen en nog niet durven' de ookal liepen ze 's avonds alleen door de spuistraat en ali dacht mammoets eens horen of ze 's avonds eens in slenteren langs de straten dan zomaar mij niet vragen iedere zondag ben geweest bij haar piet en chris en dan hielden ze niet van al die ze waren toch groot leidt dat hij kwam en vroeg gaan jullie vanmiddag fietsen ze hielden niet van hem en onder elkaar gaven ze hem allerlei bijnamen oude hier te bouwen de italiaan dan zijn marietje zacht waarom praten jullie altijd zo onaardig over audi en dan lag de drie broers en plaagde marretje dat ze verliefd was op de boom maar marietje zestien jaren haalde de schouders op voelend die hal een dame over een jaar ging ze naar de kostschool bij kleef nee zij 16 als niet verliefd op het neefje van 13 op een kind maar ze vond en toch een aardige jongen de drie broers en hun kennissen hadden nooit nog met haar gedanst of gepraat of gefietst of wat ook en arie was voor haar als een kleine galanthus carlier in het drukke luidruchtige schreeuwerige huishouden als het meisje een beetje zwak een beetje bleek een beetje stil altijd geweest want een kleine zachte verschoppeling dit niet op kon tegen de harde stemmen mama en de zusters en tegen de bruske sterke jongens gebaren ter broers en al die sprak zo aardig zo gezellig zo beleefd zo galant zo heel anders dan christus en piet en ja verleden zondag is de italiaan er niet geweest dan zal er vanmiddag wel komen hij komt altijd om de 14 dagen was volgens de italiaanse methode waarom doen jullie arie toch altijd italiaan voeg marietje nu proesten alle drie onder elkaar dat heb jij niet te weten dan mag je nog niet weten ik vind het een flauwe bijna zijn marietje die niets betekent ze proosten neer gewichtig en wereldwijs het is omdat je het niet weet als je 2 te kon zij de naam geestig vinden dus verdonk geest gedaan hè chris wat vloek je wil je weten waarom al die de italiaan is ze haalde de schouders op jonge dame ik vind jullie vrouw net kinderen die naam betekent niets ze posten meer weet je niet wat ze doen en italië hier rome ze lacht ze aan haar lummels van broers ze herinnerde zich vaak ten hardop gefluisterde toespelingen op tante constant op die tijd ze nog was geweest de vrouw van de gezant te rome van die oude om de staf vraag die zijn nooit gekend had nou zeg eens wat denk je dat die naam betekent ze werd zenuwachtig vrees en de dat is fries bedoelde dat ze niet begreep ik weet het niet het kan me niet schelen dan moet je ook niet de naam flauw vinden nu als mannetje toch interesseert en daarom voeg salade aan kou dienen met je waarom de jongens arie de italianen noemen maar het finaliteit zij carolien nee er moet wel een reden voor bestaan maar ze wilden het mij niet zeggen nu was koninkje ook geïntegreerd en sloeg later aan haar moeder waarom doen we de jongens al die tocht italiaan mama dat weet het niet ze eraf in brussel maar de meisjes nieuwsgierig bleven praten over de bijnaam en ze vroegen karel uit en ook marianne en marretje van nagel nee ook die begrepen niet wat hij bijna en brulde maar karel wilde erachter komen en hij kwam er achter ik weet het zij zei toen dat zijn zusje maar nu weet ik het vandaag zijn de tune maari tot en nichtjes van sijtzema maar marietje van zaten me begrepen nog niet heel goed hoe het was maar ze wilde dat niet laten blijken omdat caroline haar dan is er naar i had gewonnen afstand er toch nooit getrouwd was geweest met de italiaan kon ze kan geen zonen hebben nieuwe italianen was de bijnaam bereikte herman leuven naar de jongste zoon van oom en tante een magere kleine bruine signo van 15 en hij vertelde van de bijnaam thuis aan hun zusters tutti tot pop alle tochten erg zeiden de meisjes toch schandalig van die kinderen mama hoor toch eens 8 nee ik geloof niet zet dan driver naar te zeggen worden praatjes zeg cash en constans maar even naar zijde haar dat het zo was maar hoe weet jij van adolphine zelf had ze is nog die bij geweest kaas en toch dat kind en die moeder en tante lot en de meisjes geloofde niet verontwaardigd en tante om daar man oude wijf maar de bijna wat ik was op de lippen van de jonge leven en nichtjes en van hun kennissen en op school in smeden a die hem jonge hen toeren uit schulden italiaan hij begreep niet eigenen zich zelfs het woord nu toe en liep door inzichten met de jongens van sites waar fietsende langs de wassenaarseweg maakt hij zich kwaad omdat jaap met alle geweld en carport te overreden laat de pees nieuwe rust ripari uit woedend of een klap je smoel zo raast die heb op zekere toen italiaan a die begreep nog niet maar het was wij de naam zich herinneren nog eens te hebben gehoord hij kon zich zo groningen herinneren dat van die ene jongen kwam de italiaan vroeger de andere jongens waar geschikt oké japans eenmaal door komt ali de baan van de jaap in de war je zegt wel dat je mij op mijn smoel wilt slaan maar die in een flits herinnerde zich nu de jonge en de hoek door de straat bij school italianen zich op 3 bij waarom noem je me italiaan chris en peet's moesten zaak doneert hij zeg maar wat maar wij italianen om niks om niks je wel ik wil het weten maak jouw hydra zijn ton niks zeg op drie body rood en hij vloog je hebt naar de keel verdomme loopt toch liepen de andere jongens marja ben al die worstelde hun jongens had plotseling sloeg uit ze op kwamen italiaan al die was heel sterk sterker dan ja die anderhalf jaar ouder was en groter atema onder zijn kleine harde kruiste om je upscale en er worden en bijna de alle jongens trokken hem af sano houdt zeg verdomme dan toch ze trokken arie van jaap los en jaap razend omdat hij verloren had paars rood als tikkend niet kunnen de inhouden zijn haat riep niet uit omdat je niet de zoon van je vader bent hou toch je pack raarste piet en chris tegen ja maar het nooit was uit en al die was als doel lange ling love berlin krijgt hij en hij wilde weer zich gooi een op jaap het twee andere jongen tilde hem tegen een gevoel van redelijkheid plotseling kamp marlies drift tussen hij zou zich niet zo laten gaan tegenover die lamme ling van een jaar als de jongen nijdig was is hij zelf niet wat hij maar liep en raaskal de italiaan en niet de zoon van je vader arie haalde de schouders op ik bedank hem voor nog meer met jullie te fietsen ik kan mijn zondagmiddag beter gebruiken dan met katten te plagen en te schelden en te vechten en hij sprong op zijn fiets en reed weg italiaan krijgt een jaap nog na alles vergeten behalve den haag al die keek om waar hij zag nu dat chris en bied je hebt eenvoudig ranselde bij de razend en reed weg zich beheersend in zijn zenuwen nee hij kon niet meer voor mama's plezier zijn vrije middagen bederven met die onhebbelijke jongens het was nu uit hoor en dat voelde hij zij hielden en evenmin van hem als hij van hen toen plotseling dat hij weer aan het vreemde woord het scheldwoord en aan de jongen die op straat het al eens had geroepen toen naar we niet kunnen denken dat de jongen doelde op hem hoe hij zich ook poogde kan te houden en was nog te opgewonden om naar huis te gaan en misschien bepaalde van mate ontmoette hij reeds naar het bezuidenhout hoop en de france van nagel de aan te treffen harry was niet in den haag play verleden werkten druk hij vond frans thuis en de zitkamer van de studenten rokende met een paar vrienden komen wat is er vadertje en en dan al die apart ik heb gevochten met in rammeling van jaap hij schold me uit voor italiaans frans weet jij waarom frans ontstellende en al die nu merkt het op werd achterdochtig om niet zo ervaart je glorietijd neef frans er moet een reden zijn voor die naam en die reden wil ik weten kom trek je toch niet aan en de andere jongens brandsen lia op af onder tijd zij en toen zei je jaap ook nog nou wat zou je hebt dan nog meer vaart je dat ik niet was de zoon van mijn vader plotseling terwijl hij zich uitstorten in de sympathie van frans ligt het bij hem op herinnert u zich vaag treurig heden van mama scènes met papa die eerste dagen den haag toen hij in zijn moeder iets gemerkt had vraag alsof hij vergeving vroeg zich vernederende voor grootmama voor de om zijn de tantes en dat alles in verband met het vroeger verblijf van papa mama in italië in rome dit forum op glimpen als weerschijn van vrede waarheden terwijl je frans aan dag glimt het vreet in hem op had voor zijn jaren veel gelezen de school zijn school kennissen hadden al dadelijk verborgenheden des levens aan hun ontdekt al was hij nog een jongen al was hij nog een kind met zijn kinderen onschuld in zijn ziel en zijn ogen en het zachte waas van die onschuld over zijn kinderen veel en zijn kinderen moet ook al had hij iets van een kleine man en plotseling zag hij alles het woede van de jongens om dat jaap zich verraden had hun verwarring en nu de verwarring van frans niet de zoon van je vader haal de france ze zijn idioten die lummels kom arie we moet je voortaan maar niet veel met die boerenkinkels als ze grof worden voor de ze heel grof en weten ze niet meer wat ze zeggen ja zou die plotseling voorzichtig dat zal het wel zijn zo is het cola die ga je mee wilt lopen met de bij de hij dag hadden gedacht naar de witte te gaan als je meegaat vadertje kom dan gaan we wat naar scheveningen hij voelde plotseling heel scherp het kind en er worden in frans stone als een medelijden hebben grond zich heel ongelukkig te voelen omdat medelijden hield zich krampachtig in om niet te slikken slik dat alles in dat wel italië en dat hij niet was het kind van de ervaarder en en wij voor de of hij zich maar ergens verbergen zou heel alleen of sympathie zou blijven zoeken bij frans komen gaan waarmee vadertje zijn frans dan gaan we naar scheveningen een vlucht waarschuwen even de twee andere studenten de hij dress dan haal ik mijn fiets hier zou die hij ging mee met de drie jongelui die om hem niet naar de witte gingen en zij wandelden nu naar scheveningen en het was alsof hij ook in de stem en de rijders worden dat medelijden toen op de nieuwe wegen plotseling zag hij de drie saatse maas terugrijden naar den haag daar heb je de drie heren zijn frans de drie jongens goed de vluchtig bezoek marie groet het niet terug dus scheveningen was het heel veel veel zondagse mensen waren hij drugs waren me leuk en frans was altijd aardig de doos al laat bij zessen toen ik naar huis waar gang nou dag vadertje dan frans afscheid hij drukte frans de hand had een willen bedanken voor de wandeling maar omdat medelijden van frans werd hij trots en kon niet ik zou morgen mijn fiets komen halen ze hij alleen tof en alleen langzaam ging haar naar huis het was of hij niet kon naar huis toe of hij nog ergens heen willen lopen om maar niet naar huis hoeft te gaan het was of hij plotseling een zwaar leed te zwaar voor zijn jaren heel stil mee moest sjouwen en op het lag op zijn borst op zijn keel op zijn adem maar uiteindelijk toch bij half zeven kwam hij thuis wat ben je laat al die zij constans ontstemd we wachtten een half uur op je ben je geweest bij de drie jongens ja ja die oh dat is wat anders vergoeden de constant dadelijk ze zette zich aan tafel maar die was stil up niet wat is er mijn jongen vroeg van der welke niets ze arie maar de ouders kennen hun kind niet zo en ze hulde aan wat het toch was ik heb met die heb gevochten ze al die constant al een beetje ontstemd stof op dadelijk gevochten gevochten waarom nu toch weer ardie er is altijd iets met de drie jongens om niets van 2k die kon zijn van de welke jongens vechten wel eens maar die sprak niet bleef stroef stilzwijgend hij antwoordt niet meer wilde niet zeggen waarom hij gevochten had met jaap en we redelijk proberen iets te eten om zijn moeder niet zenuwachtig te maken maar het eet en stikte zijn keel ze haast en het maal af ardie somber was alles zondag was er niet als het leven de grauwe moeite niet waard was constant zacht en nieuw geluk weg weg gaan we nog even fietsen mijn jongen zijn van de welke of bmw ja ik ben moe denk aan al die zijn constant cool dat we vanavond naar grootmama gaan en verkleed je dus niet waar ja hij stond op ging naar boven maar zijn jongenskamer niet wetende wat te zeggen meer wat te doen met zichzelf hoe zich te zetten welk boek te nemen blijvende staan doelloos verslagen in het midden van zijn kamertje met het opgeklopte leed van een hele middag zwaar op zijn borst en zijn adem dat leed dat hij meegesjouwd had met frans en de hij dus naar scheveningen stil zonder te snikken tussen al die drukke drukken zondags mensen hij stond daar roerloos verslagen toen de deur openging en van der welke binnenkwam coma die mijn jongen zegt nu toch eens aan je vader wat is er papa begonnen smachtende brandende om te weten maar hij kon niet verder uit als zijn eerste verdriet aan het was zo zwaar zo verstikkend zwaar komen mijn baasje wat is er papa zeg het dan kom zet dan ben ik niet what a die papa ben ik niet je kind van de welke verbaasd zag hem aan wat zeg je voegen en begrip niet nee niet waar ja ik weet het nu sarah die wat markeert je ik ben niet je kin nietwaar en je niet mijn kind ik ben het kind van een italiaan vaak italiaan en daarom noemen ze me de italiaan van der welke verbaasd wist niets te zeggen hij staarde adriaan en zijn stilzwijgen als ferrari bekentenis ik ben wel het kind voor mama niet waar maar niet van van uw ik ben het kind van een italiaan mijn jongen wie heeft u dat gezegd ja maar die het is niet waar dat zegt u maar niet waar het is wel waar van de welke plotseling nu zien de het grote liep naar zijn eerste verbazing pakt zijn kind in zijn armen en op de grote stoel nam hem op zijn knieën arie arie ik zweer het je het is niet waar mijn kind dat is niet waar je bent mijn kind je bent mijn jongen je bent van mij je bent van mij is het huis waar je bent van mij je bent van mij al die ze liegen ze liegen god mijn kind zo ook anders zo dol veel van je houden en en perste sensoren aan zijn borst vaste beide armen om hem heen papa kan ik er op aan ja ja maar jonge god die ellendige mensen die zeggen dat toch en waarom zeggen ze dat het is een leugen arry ze liegen ze liegen je met mijn kind van mij van mij alleen mijn zoon en de zoon van mama maar een kind mijn lieve kind zouden we anders hier bij de ouders je vader en je moeder zo dol zo dol van je houden nu geloofde ali en hij snikte los hij barstte los hij kon zich niet meer houden dat was als snikte hij voor het eerst van zijn jongens leven hij smolt nu weg heel zijn jonge kleine mannelijkheid van natuur smolt weg en hij werd week als een kind omdat papa het verzekerden dat hij de zoon was van papa en mama en de papa nu geloofde hij snikte en het was of ander welke constant zilver horen snikken in een haar opgewonden te buigen hij snikte razend aan de borst van zijn vader van der welke klemmende in zijn kleine sterke armen tot zijn vader en als bijna in stikte vadertje en vaart je gokt hij uit ben ik je kind ben ik je kind nu huis ogen zeg het nog eens bennett je kent een middag lang vaartje heb ik gedacht dat ik je ken ik was een middag lang heb ik rondgelopen met frans en met de hij dacht ik dacht dat ik je zo niet was en ik had maar niet willen terug komen naar huis omdat ik dacht dat je zo niet was ik kan maar ergens weg willen gaan omdat ik dacht dat ik je zo niet was foutje zeg ben ik je zo'n gehad zo vreselijk gevonden als ik je zo niet geweest zou zijn ik had het zo vreselijk gevonden moet ik zoveel van je hou en omdat het dan alles voor niets was geweest niet voor mijn vader ze zeiden mijn vader was een italiaan en jij je was mijn vader niet zich nog iets vadertje ben je mijn vader ja mijn kind ik ben je vader hij zei het nu met zo vaste overtuiging dat al die geheel geloofde maar ik kende noch zijn vader vast aan zich als wilde hem meer loslaten arie hoe is het mogelijk dat je het een ogenblik hebt geloofd waarom zeggen de mensen dan omdat ze nodig zijn waarom zeggen de mensen dan er was nog een achterdocht in hem als hij niet de zoon was van een italiaan waarom praten de mensen dan over zijn ouders verleden jaren geleden in rome en hoewel hij papa nu geloofde als ik toch nog in hem veel achterdocht en telkens dacht hij in zich maar waarom zeggen de mensen dan het pulled in hem voort tot toch iets was dat papa verzweeg maar hij geloofde hij wilde papa geloven ja ja hij was papa's kind en het was zijn grote tevredenheid na een dag lang geleden zware leed dat hij paar niet voor niets had liefgehad dan het kind was van de man die heel lief had al die het was constant diep beneden riep stil zijn van de welke maar jongen stil zegt niet zijn mama laat mama niet merken al het zou haar zoveel verdriet toen nodeloos een geloof nu niet waar je geloof me als ik je verzekeren dat ik onmogelijk ardie onmogelijk ander zoveel van je zou kunnen houden ja hij gelooft in zijn vaders ernstige verzekering die hij waarheid voelde hij geloofde maar toch toch was er iets maar hij wilde nu niet meer vragen papa zelfde als heel ontroerd te ontroerd maar ze moesten uit naar grootmama omdat zondagavond was al die ga nu al die mama hoekje hij ging naar buiten op de corridor jouw oma wat is er ga je nu kleden ja ik ga me kleden mama hij werd weer een kleine man al stonden zijn ogen nog toegeknepen en rood van het huilen hij omhelsde nog eens heel hard zijn vader vadertje vadertje ik geloof je mijn jonge man jonge man jonge ga nu mijn lieveling ga je nu wassen ga je nu kleden en lama niet merken niet waar nee hij zou niets laten merken en hij zou zich goed passen in veel water zijn kloppend hoofd en hij brandende ogen ellendige mensen ellendige mensen vloekte van de welke in zich en balder de vuisten constans beneden al gekleed wachtte hen een beetje ontstemd omdat arie zo laat was gekomen 100 en gevochten met japan komt en niet had willen eten hier ben ik mama er was er niets aan te zien hij zag fris en ernstig en zijn nieuw blauwe bak zijn toon was lief verzoenend haar gelaat verhelderde duidelijk zegt nu is al die waar heb je gevochten met jou om een jongens reden mama om niets huis om niets om een kat die ja plaagde dat kan ik niet' vele geef mijn zo mama hij kuste zijn moeder heel innig omhelsde haar in zijn kramp en de armen hij zijn waar alles vergeven hebben als het waarlijk zo geweest was al zijn geweest was de zoon van een italiaan maar het zou een eeuwig leeft zijn geweest als er vader niet zijn vader geweest waren einde van deel 2 hoofdstuk 9 deel 2 hoofdstuk 10 van de kleine zielen deze liep fox opname bouwen tot publieke domein opname door anna simon de kleine zien het louis couperus deel 2 hoofdstuk 10 hoewel van der welke zich ter wille van mama van loon zondagavond dat ingehouden was hij zeer getroffen door aerys verdriet en door wat men geniepig in den haag van hen scheen te kwaad spreken zodat hij de volgende morgen naar het departement van justitie ging en landzaat maakte spreek en voeg een en ronduit verzocht zijn zoon jaap over zijn lijden gelasterd te bestraffen van zaad sma in de war ervan door elke 's hoog en beslist optreden stotteren dik sprak thuis met adolf in toch de zaak over aan zijn vrouw die wel tegen jaap tekeerging dat hij zo dom was geweest maar tevens dagenlang in huis een drukke emotie of het incident verwekte emotie die tot de van nagels de rui van haar karel en kato ge hebt een alien paul en dorien doordrong zodat ieder erover sprak en wist van het voorval behalve mama van leeuwen die men altijd sparen en constandse zelfde van de welke een paar dagen later voeg nog eens aan van fatima of aan je hem zijn om behoorlijkheid goed onder het oog had gebracht en toen hij in van zaten naast ik gestopt er een zekere alles maar weg with en de vaagheid opmerkte met van de welke van natuur opvliegend kwaad en lijden dat hij jaap dan zelf al zeggen zo en waarlijk op die avond drie dagen na de bewuste zondag ging van de welke naar de van saatse maas als heel beleefd tegen ado fien en haar man maar zij die heb in de presentie zijn er ouders dat als hij het nog in zwaag de lasterlijke toespelingen tegen ai te zeggen hij zijn om van de welke hem een pak rammel zou geven dat hem zijn hele leven zou geheugen van sites maar werd in de war niet gewend aan zulke rondheid stopte bij het ik onhandig billen branden met zijn verzoenende woorden en adolf in zij van der welke dat zij wel zilver haar kinderen zou bestraffen als hij dat nodig vond van der welke wist echter cool en beleefd te blijven tegen de ouders maar haalde ja dat hij wist waar op stond en de hele familie spoedig wist dat van der welke beide van zaten maas geweest was en jaap had gedreigd en dat er al een hun mening over alleen mama van lower is niet altijd het een soort referentie gespaard door alle haren kinderen in wat ook van familie incident zodat ze eigenlijk altijd leefde en over hen heen tronen bleef in de illusie erg goede verstandhouding en nauwe banden en constans ook wist niets zacht gelukkig zacht voldaan met in vriendelijke weemoedige kanten over haar gezicht en in haar ziel je die weerspiegeling was van haar stemmingen de volgende zondag echter aan het lunchen alleen wetende dat arie nog boos op jou zeiden ze arie zou je niet voormiddag niet ik maar eens naar de de jongens gaan en de pijn leggen met jaap marie weigerde beslist mama ik wil anders alles doen om plezier te doen maar ik ga niet meer naar de jongens constans werd driftig dus om wat je zelf doet en jongens twist over een kat wil je boel hier om met de kinderen van een zuster van mama al die schikte het al zwaar die oorzaak ligt zo onredelijk maar van der welke deze dagen ook ingehouden nerveus zij de trillende ik verkies ook niet constant dat al die meer met de jongens omgaat zijn beslist woord in haar drift opsieren en de zachte kant was weg en ik verkies riep ze uit dat al die die boeien riep hij legt mama huis ik kan niet constance het is onmogelijk google ze heeft in haar zenuwen was er iets in hun beider beslistheid haar kalmeren maar ze werd achterdochtig zeg me waarom je gekibbeld hebt als je het onmogelijk kunt bij leggen is het niet om een kat laat ons als het mogelijk is eerst rustig eten zijn van een welke ik zal je straks alles zeggen als je tenminste kan kunt zijn hij begreep dat hij haar niet meer in onwetendheid kon laten ze verzamelde haar geest kracht om rustig te blijven na het lukt alleen met haar man vroeg ze zeg maar nu wat er is op 1 voorwaarde dat je kalm blijft als het enigszins mogelijk is wil ik geen scène al was het alleen om ons kind dat veel heeft geleden ik ben cal zeg het mij waarom heeft hij geleden hij zei het niet ze bleef kan zodat eerst nog uit geest van tegenspraak willen vergoelijken maar een diepe neerslachtigheid zonk in haar toen ze dacht aan hun kind en dat hij geleden zou hebben ze voelde heel kort en vlijm de pijn na een twijfel of het niet heel verkeerd was geweest dat zij terug was gekomen in haar land en er staat te midden van al de haan maar ze zeiden alleen kwaad spreken dat schijnen de mensen overal te doen nu ziggo misschien wilde hij haar ook alles zeggen en vertel daar wat hij geweest was bij de van zaten maas en jaap had gedreigd haar drift zie de even op maar veel dadelijk neer in de diepe neerslachtigheid die als plotseling haar verlamde zo moeiteloos maakte dat zij niet wist wat hoe de verlammende pijn na en de twijfel weer of het niet heel verkeerd was geweest maar ze uit de die twijfel niet en ze ging alleen er toeren kamer maar kind nog was ga je uit al die vroeg ze vaag kalm en haar neerslachtigheid laten we samen uit gaan mama zei hij ze glimlachte blij dat hij een zondagmiddag gaf aan haar met die rechtvaardigheid waarmee hij zijn groentjes verdeelden ze stond voor hem haar blik vraag en nu vochtig de glimlach toch nog om haar mond is dat goed mama ze knikte van ja toen ik wilde zijn hier bij het kind waar hij zat met zijn boek in de handen en het was als maakte zich heel klein als kroop ze in een en ze legde haar hoofd op zijn kleine knieën sloeg haar armen om hem heen ze winden heel zacht in zijn schoot kom moshen wat is er ze wist nu wat hij geleerd had en leed pijn het zwaar voor zijn leeftijd zat en bijna vergiffenis willen vragen maar ze dorst niet ze zeiden alleen al die je papa wel geloof niet waar ja en mij geloof je mij ook als ik je ook nu zeg dat het niet waar is wat de mensen vertellen ja ik geloof u hij geloofde haar en toch bleef en achterdocht in hem na er was iets al was dat niet waar er was iets hij vocht niet wat het was het eerbied voor die verleden jaren eigen jaren daarna ouders mijn kind stikken ze steeds in zijn schoot zeg maar mijn kind heb je verdriet gehad hij klikte even van je android daar tegen zich aan hief haar op mama tegen zich op zijn knieën met de liefkozing van een kleine man gesloten ogen aan de borst van haar zoon ze voelde zich zo lang van de inslag tigheid dat ze daar had willen blijven liggen het was of de illusie begon in een te brokkelen als een geliefd huis van sympathie maar geen sympathie plek te zijn na het groepen maar er niets van merken vroeg ze heel zacht hij beloofde ze wilden de oude vrouw haar geluk laten in de illusie van het geliefde huis van sympathie te halen haar illusie brokkelde in toen menen zij dat ze overdreef tussen waar telde alleen omdat het een onaardige jonge haar kind dat doen lijden daarom zijn ze niet alle zo dat ze nu naar riep zich weer voor de geest de illusie van het grote geliefde huis waarin ze zich gesmacht dat in de intieme vrienden komaan laat ons nu uit gaan ze liet haar omhelzing zakken stond glimlachen door tranen op van hij schoot en ging om zich te kleden hoe klein zijn wij allen dachten wat ze hebben kleine mensen wat hebben we kleine zielen is dat leven of is er iets anders einde van deel 2 hoofdstuk 10 deel 2 hoofdstuk 11 van de kleine zielen deze librivox opname behoort tot publieke domein opname door anna simon de kleine zielen de louis couperus deel 2 hoofdstuk 11 het kind was ernstig geworden want dat kleine voorval was meer voor hem geweest want wist met een neef over een scheldwoord het had hem al niet jong voor zijn jaren ineens als een venster geopend en kijk gegeven op de mensen rondom hem heen de grote oudere volwassen ernstige mensen de mensen tot wie hij later groot oud volwassen behorend oh en daarbij had het hem gegeven zijn eerste zware liet het kind als ernstige geworden ernstiger dan het al was nu dat hij kan met frans van nagel er nog iets over gesproken had en die had gezegd dat hij zijn vader had uitgevraagd en dat er bijnaam louter laster was en wat fris en donzig was in zijn kinder ziel die was als de ziel van een kleine man was door die laster niet alleen beledigd en werd er niet alleen door bezoedeld en ontwijd maar ook verschrikte die frisse donzige ziel van kleine man verbazen ze zich ontstelde ze en begreep niet waarom laster en de mensen rondom hem heen de mensen bij wie mama zich gesmacht had omdat hij zo eenzaam zeer miste en ontij inzicht gevoel de een vreemd gevoel liefde voor familie waarom waarom last werk de mensen waarom spraken ze kwaad want hij voelde nu dat ze hem allen wisten die bijna en misschien dat zij de lastig terwijl ze alle last hadden alleen een beetje geloofde wat hadden ze er aan wat voor goeds of voor moois deed het hun als ze lasteren met louter lastig en de achterdocht bleef hem na want als dat dan niet waar was wat was het dan waar in het leven van zijn ouders hij voelde dat er in hun verleden iets geweest was iets dat nooit geheel was verdwenen iets dat nog altijd verbitterde hun beider bestaan iets dat misschien wel de oorzaak was van een onverzoenlijke onenigheid en zo pijnlijk voelde het kind dit aan is er nieuw ernst omdat hij nu wist dat hij eens alleen met hun vader co-opt en knieën en hem eenvoudig vroeg het en te zeggen wat het was hij was een kind want nog zat hij op de schoot van zijn vader sterke jongen toch al maar klein voor zijn jaren en hoe ernstig ook nog met geheel de frisse dons welzijn kinderlijkheid over zijn wangen en over zijn ziel wil vroeg zijn vader al mijn jongen ben je niet te groot wordt schoot van je vader te zitten maar hij zichzelf vond hij er nog niet te groot toe het ernstige en het heel jeugdige het mannelijke en het kinderlijke mengel de in hem en al was hij een kleine man er was ook nog een jongen al was hij ernstig hij beleeft nog een kind hij zat zijn vaders knieën en hij vroeg hem ernstig en te zeggen wat het dan was als het niet waar was op de mensen lasteren want hij voelde dat er iets was hij zag in de ogen zijns vaders het niet te vragen en zijn vader zei hem dat hij te jong was om alles met hem te kunnen we praten toen zweeg hij stil toch niet aan maar achterdocht verliet hem niet en die wist hij zeker dat er iets was omdat zijn vader gezegd had dat hij te jong was er met hem over te praten zo was het kind ernstig geworden en als van der welke uit de societeit kwam aan tafel valt hij niet meer zijn vrolijke arie die zo gezellig kom praten en de leegte vullen tussen hem en constant met hem prettige jonge spraak het kind zat stil stil zijn jonge ziel vol van de achterdocht voel van de stille vragen wat het dan toch wel was als het niet waar was op de mensenmassa de zo innig hield met zijn liefde hij van hen beiden zijn beide armen ouders van zijn moeder en van zijn vader zo innig dat hij niet had zeggen gekund van wie het meeste soms van zijn moeder soms van zijn vader zo in en grilt met zijn liefde hij van hem en dat hij niet wist dat van vroeger maakte hem diep bedroefd omdat hij zo onwetend niet meer leefde met hen hij wendt ze nu ouder te zijn om met hem mee leven te kunnen om het recht te hebben te weten en wat hij wist moge hij in zijn naar zekerheid verlangen de ziel hij wist dat mama vroeger al eenmaal getrouwd was geweest en gescheiden was van die man voor wie zijn nooit meer sprak had hij aan haar me staan had zij hem ongelukkig gemaakt hij wist het niet aan het branden hem om te weten en zijn verlangen was geen ziekelijke nieuwsgierigheid maar het gevolg van zijn vrienden opvoeding zijn verlangen was natuurlijk weg waar zijn eerste verdriet geworden omdat zijn ouders bij de hem altijd hadden beschouwd bijna als meer dan hun kind als een kameraad als een troost als en hartstocht tot niet geheel drang van hun beider leven ging dat constant snikt op zijn schoot dat van der welke hem aanbod als een innigste vriend het kind het jonge kind had ernstige ziel nog ernstiger gemaakt en zo diep als een klein klaar meer en dat niet anders gekund dan na de eerste schok het eerste lid zou er bij hem vragen en verlangend oprijzen die tot andere kinderen nog niet spreken zijn natuur was gezond de natuur van een gezonde kinderziel in een rustig evenwicht van voegen een sterke mannelijkheid maar zijn leven tussen zijn ouders opvoeding was het niet te noemen had hem genoeg ons heen doet om een nu te laten trillen van weten willen somber waren de malen en constant voeg het van de welke waarom het was dat eddy zo somber was zo niet dat zij waren gewoon nu het kind somber was met hun nieuwe vreemde en ernstige somberheid dochters zij beiden elkaar meer dan ze ooit hadden gedaan sparkles met elkaar en kam en zonder prachtige scènes nu het kind nog leed bezochte ze beide samen naar een oplossing hem niet meer te laten lijden en radeloos in deze hun zo geheel nieuwe vertrouwelijkheden zeggen ze elkaar aan als met wanhoop omdat ze de oplossing te verschrikkelijk vonden het kind wilde weten en zij zij beiden zouden gedwongen zijn om niet meer te laten leiden of misschien en nog meer lijden te laten om zijn groeiende minachting en blaam de voeding drukken op hen neer zij beiden zouden gedwongen zijn te spreken over de verleden en jaren over de reusachtige gisting en hun leven vergissing die hem hun kind het leven geschonken had oh hoe voer een tijd tijden het verleden dat nooit voor ging en verzonk als in een diepe put het verleden dat al dit bleef spoken en heviger dreigender nu dat al die ouder werd en geleden had en weten en wilde oh hoe radeloos beiden voelden zij zich terwijl hun blikken elkaar aanstaren omdat ze niet wisten hoe te sparen hun de minder kind hoe we te sparen ook kon een dijk nog sparen vandaag hoe het dan hoe te sparen de volgende dag en omdat hun lake was hetzelfde hetzelfde leed om het beminde kind om hun vriend en troost en hartstocht was het alsof na jaren en jaren zij voor het eerst ook anneriet naar de en wat eerst samen iets strakste van de zware levens last die op hun kleine zielen drukte hoe hem te sparen hoe hem te sparen zonder een oplossing gevonden te hebben gingen ze hebben ieder hun weg met de radeloosheid nog in een oog de wanhoop zwaard op hun hart constans zachte geluk van weemoedige voldaanheid waar was het en als zij aan tafel kan daar vonden terug en het kind de vroeger zo tegelijk ernstige als vrolijke hun altijd dat uur van maaltijd verhelderende kleine vriend zat stil stil met zijn strak denken jongens gezicht flink van lijn al het tegelijkertijd donzig van kinder vel zijn harde blauwe ogen vol pijn dingen dan star en zijn schichtige kan er weer aan en dezelfde moedeloosheid wanhoop de hem tegen het ook anders schichtige blik zoals het niet meer te dulden zo leden zij beiden te veel zo hadden ze verloren hun leven de genade van hun leven zo konden zij tijden niet meer harde zo voelden zij zich radeloze iedere dag al namen ze hem ieder afzonderlijk in hun armen hij sprak zich niet meer uit nam aan dat hij te jong was om te weten dat wat er wel was als de laster niet waar was maar noch zijn gezicht nog zijn ziel verhelderde zijn somberheid werd hun tot groter en groter radeloosheid wat te doen wat te doen dacht constant voeg constanza van de welke en zijn voor haar handen voelende dat het verleden nu altijd zou blijven en dat iedere andere gedachten zelf begoocheling zou blijken het verleden dat bleef niet alleen dat niet alleen zou altijd aankleven maar het groeide dat groeide er met hun kind mee als zou het leed van dat verleden altijd weer bloeien en altijd weer met al dat u een nieuwe weer dom en treurigheid hou het onverteerbare leed dat altijd weer op spookte ook als geen het afgestorven een verzonken in de diepe put afgrond daar verleden en jaren tot zij eindelijk als in een kreet om te ontkomen aan de iedere dag meer druk en de en dringende radeloosheid die herneemt als handen om de keel toch onverbiddelijk eisende een beslissing besliste en uitriep zeg het hem zeg het hem zeg het hem zij in haar kreet riep het uit en hij zag haar zo gebroken onder beslissing die haar breng hem zou de minachting de toren misschien van een kind van een zoon de dood oh god van zijn liefde zo hem al wist maar vooral besefte dat hij medelijden kreeg met de vrouw die zijn leven gemaakt had tot een bestaan van het lozen voort sleeping en zeiden ik zal het hem zeggen ik zal het hem zeggen maar wees niet bang als hij begrijpt en beseft ze hij toch niet minder van je houden constans ze zag hem aan voelende dan hij haar gunde de liefde van hun kind nu dat hij niet zo jaloers was als zij een ogenblik dacht ze zich te gooien aan zijn borst en uit te snikken de smart die zal meer en meer op zich voelt drukken naar zich toe voelde komen als een monster dat aangehouden uit de toekomst maar vertrok in zich die opwelling als heftig terug met koren en zij ging en in haar kamer wierp ze zich op de grond en hokt haar man op uit omdat haar kind het weet en ging einde van deel 2 hoofdstuk 11

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *